Verhalen

Branden als een verlaten vuur

‘Hé, visserman!’ Ik liet de afwas in het teiltje, droogde mijn handen, deed mijn schort af en liep zo snel als mijn stramme benen het toelieten door het atelier naar buiten, waar de wind mijn schaarse haren greep. Aan de steiger voor het huis lag ons sloepje te schommelen. ‘Wat

Lees verder »

Brief aan mijn rechter

Waarde rechter, Hemelsbreed zijn u en ik slechts een paar honderd meter van elkaar gescheiden. In gedachten ben ik nog dichterbij en ook in levenden lijve zal het me weinig moeite kosten de afstand tussen ons te slechten. Ontsnappen uit de aftandse gevangenis in ons provinciestadje is nauwelijks een uitdaging.

Lees verder »

Midnight cowboy

Je bent niet het gezicht dat in de oude kroegspiegel kijkt, het stiekeme gelaat dat schemert achter je uitdagende mond, je grote wapperende ogen, je klaterende lach. De halfbloed Marron met zijn weke, bestoppelde wangen bleef in Schiedam achter. Hier ben je prinses Paramaribo, eeuwig jong onder je hoge pruik,

Lees verder »

Schakels

Sinds kort stond ze zichzelf toe daaraan te denken, niet dat ze er nooit aan had gedacht, maar eraan te denken alsof het werkelijkheid zou worden, dat het echt zou plaatsvinden, en hoe dat dan zou gaan, wat ze zou moeten doen om hem toe te laten, niet in een optreden terwijl hij haar vasthield en zij zich opkrulde langs zijn lijf en ze haar benen spreidde en weer sloot om zich door de smalle ruimte achter zijn armen te steken, als in een envelop, waarna ze kort op de grond terecht kwam, zich afzette en terug stuiterde. Niet op die manier dus, maar in haar bed.

Lees verder »

Omertà

Voor de zoveelste keer stond John op van de bank om het gordijn een stukje opzij te schuiven. Nog steeds niets. Ja, de Audi stond op de oprit. Ondanks alles genoot hij van de aanblik van zijn auto in het lantaarnlicht, de zilveren raamomlijsting, de grote wielen, de smalle achterlichten.

Lees verder »

Dragonfly

Toen John haar voor het eerst kuste, in die geïmproviseerde slaapzaal na dat brallerige feestje, had ze zich afgevraagd wat ze met zo’n zonderling aan moest, maar hij zoende mannelijk en hij was raadselachtig en hij huurde een huisje van drie keer niks waar hij toch gelukkig was en hij

Lees verder »

De naam van de bange vrouw

Op het talud hoort ze insecten zoemen. Bladeren glinsteren als zilverpapier in het haar van een meisje. Rails buigen een bocht in een roerloze ladder. Alles heeft ze weggedaan. Behalve de kleren die ze aan heeft. Een spijkerbroek, die nu weer past om haar verdwenen buik. Een losse trui er

Lees verder »

L’ art pour l’ art

In haar witte badjas stapt Heleen over de drempel van de gîte, haar blik vol verwijt: ‘Thom, waarom ben je nog niet uitgekleed?’ Staand achter het aanrecht ruk ik mijn broek van mijn kont. ‘Niet meer naar Alencon dus,’ zeg ik als ik mijn badjas omgord. Heleen knikt. ‘Dit is

Lees verder »

Fedallah

Harold van de Bron had net de kolen in de vuurplaats bijgevuld toen hij hoorde dat een auto bij de oude Essopomp stopte. ‘Volluk.’ Een onbekende stem. Harold kloste naar de vaalgroene baanderdeur, groot genoeg om een tractor binnen te laten. Hij haalde de grendel eraf en opende de helft

Lees verder »

Het rubberen meisje

Bij de parkeerplaatsen naast de boerderij namen we tegelijk afscheid, Mascha van haar ouders en ik van Saskia. Hoewel haar vader en moeder nog vlakbij waren, draaide ze de Mercedes snel haar rug toe. Ik liet mijn arm zakken en keek naar haar. Een jaar of vijftien. Geen make-up. Blond

Lees verder »