Klein bier

Een schrijver die vermoord werd omdat hij volgens een van zijn moordenaars zo’n angstaanjagend goede pen had dat moslims van hun geloof zouden kunnen vallen, verdient een diep respect. Tahar Djaout is die schrijver. Een Algerijn. Op 2 mei 1993 werd hij voor zijn deur in zijn auto door fundamentalisten tweemaal door het hoofd geschoten. Tien dagen later overleed hij op 39-jarige leeftijd aan zijn verwondingen. Djaout was een van de eerste intellectuele slachtoffers in de strijd tussen de Algerijnse staat en de islamisten, die woedde in het laatste decennium van de vorige eeuw. De islamisten hadden de verkiezingen gewonnen, maar de westers georiënteerde regering weigerde plaats te maken waarna de rebellie begon.

Ruim dertig jaar na zijn dood komt uitgeverij Jurgen Maas met Djaouts roman De wachters, vertaald door Hester Tollenaar. Het oorspronkelijke werk verscheen in 1991 onder de titel Les vigiles en gaat niet over de burgeroorlog maar over de nasleep van wat de vuile oorlog werd genoemd; de onafhankelijkheidsoorlog die van 1954 tot 1962 duurde en het land bevrijdde van de Franse kolonistische bezetter. Volgens het naschrift van Asis Aynan, docent aan de opleiding Sociaal Juridische Dienstverlening van de Hogeschool van Amsterdam, gaat al het bij leven gepubliceerde werk van Djaout over die oorlog en niet over de latere burgeroorlog. Pas na zijn dood verscheen De laatste zomer van de rede, over een boekhandelaar die weigert zich te onderwerpen aan het dictaat van de fundamentalisten.

Zijn werk over de onafhankelijkheidsstrijd moet de fundamentalistische opstandelingen dus in het verkeerde keelgat zijn geschoten, om het eufemistisch uit te drukken. Volgens de achterflap is de roman een politieke, morele fabel over kwaadaardige bureaucratie, gedachteloos extremisme en het opschorten van vrijheden uit naam van vaderlandslievendheid. Maar vreemd genoeg wordt in dit boek juist de machthebber aan de kaak gesteld, de macht waartegen de islamitische fundamentalisten de wapens hebben opgenomen.

De uitvinder Mahfoudh Lemdjad probeert een innovatief weefgetouw gepatenteerd te krijgen en stuit op bureaucratie. Door regeringsgezinde, ex-onafhankelijkheidsstrijders wordt hij bovendien gewantrouwd, want hij lijkt geheimzinnige dingen te doen. Zij – de wachters uit de titel – beramen een inbraak, proberen Lemdjad in een kwaad daglicht te stellen en zijn zelfs bereid hem fysiek te intimideren. Aanstichter is Menouar Ziada, een veteraan van de onafhankelijkheidsstrijd die indertijd ‘per ongeluk aan de goede kant heeft meegevochten’. Maar dan wint de uitvinder met zijn weefgetouw zomaar een internationale prijs. De uitstraling daarvan op de staat is zeer welkom voor de zittende, opportunistische machthebbers en plotseling draait alles om. De veteraan Ziada is een verrader die zich moet verantwoorden voor de tegenwerking en de verdachtmaking van de uitvinder Lemdjad.

Het boek is net zo schetsmatig opgezet als de korte samenvatting hierboven. De auteur laat het verhaal nauwelijks tot leven komen. De personages zijn als schaakstukken die door Djaout naar hartenlust worden verplaatst in een spel dat zich onvermijdbaar aankondigt. Enigszins verrassend is de omkering van het slachtofferschap, maar omdat de auteur nauwelijks heeft geïnvesteerd in het vlees en bloed van de personages, laat de lezer dat koud.

Als het boek dus nauwelijks tot leven komt omdat de auteur niet een roman maar een politiek pamflet schreef, is het de vraag waarom Jurgen Maas dan toch juist nu dit boek heeft willen uitgeven. Is het omdat ook nu overal intellectuelen stelselmatig worden gewantrouwd door zelfbenoemde ‘wachters’? Voorbeelden daarvan buitelen dagelijks over elkaar. Wetenschappers die vaccins ontwikkelen worden verketterd. Een politicus die wikt en weegt en zijn woorden zorgvuldig kiest legt het genadeloos af tegen het gebral van de populist. Een agressieveling noemt een vredelievende regering neonazistisch, een president hitst zijn eigen volk op tot een (ternauwernood mislukte) staatsgreep en komt daar moeiteloos mee weg. Tegen deze achtergrond moet de uitgever gedacht hebben dat een geëngageerde schrijver als Tahar Djaout iets aan het discours heeft toe te voegen. En dat is ook zo, maar vooral vanwege de waarschuwing die zijn levensloop inhoudt, in veel mindere mate dankzij dit boek. Want wat er met Lemdjad en Ziada gebeurt, is in dit tijdsgewricht klein bier.

<< Terug naar Recensies