Ze vervoerde twee schattige, donkere jongetjes in haar 500 euro kostende Topmark Combi Kinderwagen voor kinderen van 0 tot 36 maanden.

De Topmark Combi Kinderwagen plaatst de kleintjes achter elkaar, dus niet zoals je vaker ziet, naast elkaar. Beide knulletjes, de een ongeveer een jaar ouder dan de ander, hadden kortgeknipt kroeshaar. Het achterste kind bevond zich schuin boven de voorste, een metertje boven de grond in een soort zetel met veiligheidsriemen. Alleen omdat we in de Sprinter-coupé zaten die uitsluitend uit klapstoeltjes bestond, pasten moeder en kinderwagen in de trein.

Moeder was van gemengd bloed, iets van Latijns-Amerika en iets van Afrika, maar zeker ook met een aandeel van een Hollandse kaaskop. Haar huid was blanker dan die van de jongens, getooid met een onbestemde tatoeage op haar hals, aan de zijkant. Ze lachte naar de oudste en toonde een rij scherpe tanden met een spleet in het midden. Hoewel er niet veel eer aan was te behalen, smeerde ze gel in zijn haar.

‘Dat is leuk’, zei ze op het infantiele toontje dat veel moeders aanslaan als ze tegen kleine kinderen spreken. ‘Ja, je moet er wel een beetje goed uit zien voor de intocht van Sinterklaas, hè?’ Het hoofdje van het joch bewoog mee met de kracht die ze uitoefende. Hij reageerde niet. Keek haar zelfs niet aan. Hij trotseerde het gepluk van zijn moeder, zoals een schip stoïcijns de golfslag van de zee overneemt.

Ze keek naar haar handen. Er zat nog gel aan. Ze veegde ze af aan het kroeskopje van het achterste jochie dat zat te slapen, wakker werd en weer inzakte.

Nummer 1 begon te jengelen. Misschien wilde hij wat eten, moest hij plassen of had hij het te warm. ‘Stil zijn in de trein’, zei ze meteen. Haar toontje was verdwenen. Het kind zette de volgende fase in. Van gejengel naar gejank. ‘Sssst’, klonk het gedecideerd.

Het decibellenniveau nam toe. Schichtig keek ze om zich heen. De coupé zat behoorlijk vol. Iedereen negeerde het tafereel. ‘Daar komt de conducteur’, zei ze boos en triomfantelijk tegelijk. ‘Die weet wel wat hij moet doen met kindertjes die niet luisteren. Je moet stil zijn in de trein. Anders stuurt hij je weg.’ Het joch hield even zijn adem in en keek in de richting die ze aanwees.

Ontegenzeggelijk kwam daar de conducteur aan. In een fractie van een seconde woog het joch zijn kansen. Hij begon opnieuw te huilen. Voor de zekerheid wel iets zachter.

Voordat het uniform bij ons was aangekomen, stopte de Sprinter op Amsterdam Centraal. Ze laadde de Topmark Combi Kinderwagen uit en ging op weg naar de stoomboot van de superconducteur die hopelijk wat licht zou kunnen brengen in haar hulpeloze opvoeding.

Lees ook De grens of Thuis brengen.

©Jan Kloeze