Als hij na uren autorijden thuiskwam, had de soepele autotechniek hem getransformeerd in motorolie. Soepele, smeerbare motorolie. Vloeibaar zat hij in de zware bolide.

Parkeren hoorde daar nog bij. Altijd achteruit de garage in. Doelbewust en snel. Op spiegels en sensoren, zonder achterom te kijken.
Daarna moest hij systemen afkoppelen. Zijn tas van de stoel nemen. Het colbert terug pakken. De afstandsbediening laten knerpen. En de eerste stappen in het huis zetten, waar het gezin hem verwachtte.
Zijn gezin was water. Nu eens reageren op klachten. Dan weer welwillend luisteren. Soms corrigerend. Meestal volgend. In de mengbeker uiteenvallend in druppels en kringen, zonder verband, uit het lood geslagen.
Als hij het eten op had en de keuken was opgeruimd, trok hij zich terug in zijn kantoor. Schrijven aan opdrachten of rekeningen. Naar de radio luisteren. Voorbereidende zaken doen. Klanten behandelen, dingen waar hij overdag niet aan toe was gekomen.
Er volgde een korte avond in de huiskamer. Waar de inmiddels optredende vermoeidheid streed met de zekerheid iets te missen in de krant, op de buis of in een nog ongelezen boek.
Na de onvermijdelijke nacht en een slaap met meestal vergeten dromen, diende een nieuwe dag zich aan. Een dag waarop hij opnieuw stromend kon worden. Maar met het licht was ook de agenda teruggekomen en de dingen die hem bezighielden. Met de later te factureren gelden als excuus.

© Jan Kloeze

Lees ook Radionieuwsdienst of De Superconducteur.