Geluksvogel. Dat was de conclusie. Van de twee vrouwen in zijn gezelschap. Het had hem verbaasd. Zo voelde hij zich niet. Er waren dingen gebeurd. Hij had zich mee laten voeren. Meer niet.
 
José, intelligent en bescheiden, had geknikt toen Carla dat woord op de cafétafel legde. Nog voordat ze opstonden en hun jassen aantrokken. José vertoonde de meeste onrust. Carla bleef naar hem kijken. Die verleidelijke twinkeling in haar ogen had haar verlaten. Daardoor wist hij dat ook zij zich voorbereidde op afronden en vertrekken. Toch praatte hij door.
 
Over de onverwachte wendingen die zijn leven sinds kort had genomen. De wisselingen van het decor. Om hem heen. Stadsvilla. Met vier verdiepingen, twee badkamers, een kantoor en een fitnessruimte. Hij woonde er op het eind vrijwel in zijn eentje. De verkoop op het moment dat hij de hoop al had opgegeven. Naar de gehuurde atelierwoning in dezelfde provinciestad. Drie slaapkamers, twee toiletten, een atelier/kantoor. Nieuwe gordijnen, nieuwe vloeren, alles nieuw geschilderd.
 
En toen de boot in de hoofdstad als woning. Op het water. Dobberen en wonen, daar waar het buiten zindert van patina. Waar in de straten, om statige gebouwen en over stille grachten een zweem van tijdloosheid hangt. Waar verschijningen uit Middeleeuwen, oorlogen en voorspoedige tijden ‘s avonds in geelverlichte ramen schemeren. Waar een eeuwig voelbare stroom mensen over dijken, kades en wallen voert. Waar kroegen, theaters en huizen van plezier zich nergens voor schamen. Waar een slagader van water en kanalen de zee en het achterland gelijktijdig voedt.
 
Voor hem was het alsof een stop werd weggetrokken. Gorgel. Alle ballast overboord. Daarna uitbarstingen van creativiteit, werklust en nieuwsgierigheid. Invoegen in de energie van deze stad. Meevaren op de golfslag van tijdloosheid.
 
Geluksvogel. Was het mogelijk geluk te hebben als gebeurtenissen zich onherroepelijk afspelen? Hij hield zijn mond. Het werd tijd om op te stappen.
 
© Jan Kloeze
 
Lees ook Radionieuwsdienst of De zoon.