Op een wat broeierige middag liep ik licht zwetend in spijkerbroek en op gympen door de Nova Zembla straat, waar ooit een vriend van me woonde.  Ik logeerde bij hem in de tijd dat de Bananenbar en Casa Rosso aantrekkingskracht op ons uitoefenden – zeker dertig jaar geleden.

Tegen de gevels en portieken van de laagbouwflats lieten bewoners van de huidige Nova Zembla straat hier en daar planten groeien. Ik zag klimrozen, bruidssluiers en seringen. Halverwege de straat, waar aan de overkant een klein speelplein in de bebouwing was uitgespaard, viel mijn oog op een uitbundige bloem in een bladhaag, hoog tegen de muur opgroeiend. Beter kijkend bleken er meerdere van die bloemen verstopt te zitten tussen het groen. Obsceen open gevouwen toonden ze hun meeldraden en stampertjes in schaamteloze erecties op een kleurenspel van zonnestralen in lilapaars, zilverwit, zwartig bruin en groengeel. Wild aantrekkelijk, die bloemen, en in hun enthousiasme ook onschuldig als een jong meisje dat zich nog met knik boven de heupen en zonder bh’tje vlak voor haar puberteit aan je oog kan opdringen. Hoewel verbijsterd door de schoonheid van de onuitgesproken krachtige kleuren, merkte ik op dat ik werd gadegeslagen door een jonge vrouw die met stevige pas aan kwam gelopen. Ze droeg een tasje aan haar schouder en ging vrijwel geheel in het zwart gekleed, passend bij haar donkere haar en opvallende bril. Ze keek naar me, ik keek haar aan en kon het niet laten.

‘Wat een schitterende bloem’, zei ik.

‘Passiebloem’, lachte ze wetend. En de manier waarop ze lachte maakte me duidelijk dat ze niet alleen wist hoe de bloem heette, maar ook wat passie was. Ik hervatte mijn wandeling en merkte iets te laat dat ik per ongeluk gelijk met haar opliep over het brede trottoir van de Nova Zembla straat. Zij leek haar pas in te houden.

‘Een ontmoeting onder de passiebloem, wat kan ons nog gebeuren?’ had ik moeten vragen. Maar in plaats daarvan mompelde ik iets onbestemds. En liet ik mijn snelheid wat inzakken, waarop zij slechts een fractie van een tel aarzelde en haar oorspronkelijke wandelsnelheid hervatte. Meteen was ze buiten bereik. Ik keek spijtig tegen haar zwarte lokken aan. Ze zag niet om, ook niet toen ze uiteindelijk linksaf sloeg, de Spaarndammerstraat in. Ik voelde hoe het zweet op mijn rug opdroogde en kreeg het koud in de Nova Zembla straat. Er was sinds de Bananenbar en Casa Rosso niets veranderd.

Lees ook Hij gelooft in mij, Even vragen of maak een andere keuze.

©Jan Kloeze, april, 2016