Zwarte magie

Arend van Sion vertelde me ooit dat hij zijn tweelingziel had laten gaan. Ze was een Palestijnse. Ondanks zijn Hollandse naam had Arend zelf ook iets Oriëntaals met zijn golvende, zwarte haardos, diepliggende ogen en scherpe kaken. Niet langer dan één meter vijfenzeventig. Een mond als een mes.

Mevrouw Bohr

Achteraf was de oproep om mijn kiezen te laten vervangen het eerste teken dat Mevrouw Bohr mij op had genomen in haar programma. Hoe de selectie precies in zijn werk ging, niemand wist het. Sommigen werden wel uitgekozen, anderen niet. De meesten niet. Waarschijnlijk werd hen weinig kansen toegedicht. Misschien waren ze te beschadigd uit de Crisis gekomen.

Waarover wij spraken

In plaats van met mijn vriend René zit ik met Loes, zijn blonde vrouw, in het café. Ze is net als ik in 1959 geboren, maar dieper getekend door het leven. Surrogaat, zegt ze over zichzelf met een wrang glimlachje op haar gegroefde gezicht.

Een belangrijke les

 

Het moment brandde alles van kort daarvoor uit het geheugen van de dichter. Hij moest met een groep jongens en meisjes op stap zijn geweest, zoals elke dag in die vakantie.

De mengbeker

 

Als hij na uren autorijden thuiskwam, had de soepele autotechniek hem getransformeerd in motorolie. Soepele, smeerbare motorolie. Vloeibaar zat hij in de zware bolide.

De naam van de bange vrouw

 

Alles weg gedaan. Behalve de kleren die ze aan heeft. Een strakke spijkerbroek, die weer past om haar verdwenen buik. Een losse trui er overheen. Haar oude halfhoge laarsjes. En schoon ondergoed natuurlijk. Plus een elastiekje voor haar dunne paardenstaart.

Radionieuwsdienst

 
Het gebrom buiten in de lucht deed hem denken aan de tijd dat hij nog kon vliegen. Zijn jongste dochter had het klapraam in de keuken opengezet. Al een tijd geleden. Tegen de rook. Dat had ze gezegd.

Geluksvogel

Geluksvogel. Dat was de conclusie. Van de twee vrouwen in zijn gezelschap. Het had hem verbaasd. Zo voelde hij zich niet. Er waren dingen gebeurd. Hij had zich mee laten voeren. Meer niet.

Uit eten

 

Hein, steeds Heini genoemd, was de dromer. Hij was onafscheidelijk van zijn twee knuffels, een bruine langoor en iets wittigs. Zijn oudere broer Lars commandeerde hem van links naar rechts.