Het boek Job

Met Het boek Job heb ik een poging gedaan het boek van de toekomst te schrijven. De roman is interactief opgezet en kan online in willekeurige volgorde worden gelezen. Het boek Job is een coming-of-age-verhaal in 22 fragmenten, sommige lang en andere kort. Elk fragment is een potentieel begin. Elke keuze voor een volgend hoofdstuk beïnvloedt het beeld dat de lezer zich uiteindelijk van Job vormt. Zo krijgt iedere verhaalversie zijn eigen dynamiek. Er zijn in theorie erg veel versies mogelijk. Ik heb niettemin door het gebruik van verbonden thema's en motieven voor samenhang gezorgd. Lezers die hun ervaringen delen zullen hun interpretatie herkennen zoals bomen op elkaar lijken zonder elkaars spiegelbeeld te zijn.

Opel Kadett

Job werd wakker. Hij lag bovenop zijn bed en kon zich met geen mogelijkheid herinneren hoe hij daar terecht was gekomen. Zijn kleren lagen over een stoel. Ogen brandden en oogleden kleefden. Achter zijn voorhoofd denderde een paukenist. Opstaan. Hij moest naar zijn werk.

Stage eigenlijk, voor de harde-lijven-academie. Meer dan 40 kilometer verderop, in de middle of nowhere. Zijn ouderlijk huis lag daar veel dichterbij. Daar woonden zijn ouders nog, in hun wederzijdse verwijten gehuld. Toen hij suggereerde vanwege de stageperiode en de reisafstand een half jaar terug naar huis te komen, wist zijn vader niet hoe snel hij een auto voor hem moest kopen. Kennelijk was de drankzuchtige en inmiddels aan zijn hart gewonde majoor net zo blij dat hij van Job af was als andersom. Het werd een oude Opel Kadett, zo een met een pook van een halve meter die bijna rechtstreeks in de versnellingsbak uit kwam. De cardanas klepperde tegen de bodem van de wagen als hij boven de honderd kilometer per uur kwam. De schokbrekers hobbelden de auto in een scherpe bocht met gemak de berm in. Maar het was een auto en die bracht hem vrijwel dagelijks naar de verre particuliere praktijk waar hij samen met Christine stage liep.

Job bediende de machtige pook en stuurde. Het was nog geen zeven uur in de donkere ochtend, niemand op straat in dit hondenweer. De ruitenwissers schoven piepend en zuigend over de nauwelijks doorzichtige voorruit. De regen roffelde op het blikken, grijze dak. Bij het kanaal was Job zijn oriëntatie kwijt, gokkend draaide hij naar rechts. Hij reed een soort kadeweg op, met aan de zijkant opslag van hout en steen onder glimmend zeildoek. Hoe kwam hij hier in godsnaam terecht? Dit was fout.

Naast hem dreigde het donkere, door de regen platgeslagen water in het kanaal. Hij moest dus links aanhouden en passeerde structuren die daar de hele winter leken te liggen. De waas op de voorruit begon een klein beetje op te lossen dankzij de op volle toeren blazende ventilator. Job zag nu dat hij afstevende op een stapel masten of palen. De langste lagen bovenop en twee ervan kwamen angstwekkend snel op hem af. Ze stonden op het punt de voorruit te doorboren en zijn hoofd van de romp te stoten. Plotseling was hij klaarwakker. Hard remmend slaagde Job erin nog net voor de stapel hout tot stilstand te komen.

Koplampen onthulden gutsende waterstromen tussen plooien van het bruine zeil dat los over de massieve stapel was geworpen en met stoeptegels vast werd gehouden.  Job nam de tijd om zijn ruiten van binnen goed schoon te maken, met een oude zakdoek uit het dashboardkastje. En hij herinnerde zich ook waar hij zich bevond en hoe hij daar vandaan moest komen.

Christine stond ongeduldig achter de voordeur op hem te wachten. Hij liet haar rijden en kroop op de achterbank om nog wat te slapen.

Lees ook In uniform of In bad.

©Jan Kloeze

februari 2018