Het boek Job

Met Het boek Job heb ik een poging gedaan het boek van de toekomst te schrijven. De roman is interactief opgezet en kan online in willekeurige volgorde worden gelezen. Het boek Job is een coming-of-age-verhaal in 22 fragmenten, sommige lang en andere kort. Elk fragment is een potentieel begin. Elke keuze voor een volgend hoofdstuk beïnvloedt het beeld dat de lezer zich uiteindelijk van Job vormt. Zo krijgt iedere verhaalversie zijn eigen dynamiek. Er zijn in theorie erg veel versies mogelijk. Ik heb niettemin door het gebruik van verbonden thema's en motieven voor samenhang gezorgd. Lezers die hun ervaringen delen zullen hun interpretatie herkennen zoals bomen op elkaar lijken zonder elkaars spiegelbeeld te zijn.

In bad

‘Voor mijn part’, zei Job met schorre stem.
‘Hij zal vragen waarom.’
Job haalde zijn schouders op. ‘Omdat ik de kas heb leeggeroofd. Omdat ik een cursiste heb verkracht. Verzin maar wat.’
‘Zeg niet zulke nare dingen’. Zijn moeder haalde haar hand van het stuur alsof ze hem aan wilde raken, maar legde hem op de versnellingspook en daarna terug op het stuur. ‘Waarom doe je toch zo?’ Haar stem klonk zowel verdrietig als verwijtend.
Job hoestte. Dikke, stroperige tranen zakten uit zijn ogen.

‘We hebben nieuwe buren’, zei ze, terwijl ze het pleintje op reed en voor de garage parkeerde. Jobs ouderlijk huis was tegenwoordig een moderne bungalow met een grote tuin, via de garages geschakeld aan het identieke huis ernaast. Nieuwe buren waren de story of his life. Ze gingen naar binnen via de garage en de bijkeuken. Op hun gestommel reageerde Jobs vader door naar hen toe te komen lopen.
‘Is er aan de hand?’, vroeg hij.
‘Hij is ziek.’
‘Mankeert hem?’
Job liep door de woonkamer naar de hal, waar de houten trap naar de overloop leidde. Zijn moeder kwam achter hem aan.
‘Ik breng je straks wel wat eten. Ga eerst maar eens lekker in bad en dan onder de wol’, zei ze.
‘Geen honger, zei Job.
Hij deed de deur van de badkamer achter zich op slot. Vroeger mocht dat niet, moest de deur altijd openblijven. Zonder in de spiegel te kijken, passeerde hij de wastafel. Job liet het bad vol lopen terwijl hij er al in lag, zodat hij langzaam aan het hete water kon wennen. Desondanks joeg de warmte het bloed naar zijn hoofd en de pijn verdubbelde. Daarna gebeurde het omgekeerde. Het bloed ging stromen. Zijn huid die dik aanvoelde, leek een laag af te leggen. Door een paar keer met zijn hoofd onder water te schuiven, verdween ook de knellende band om zijn schedel. Hij kreeg zowaar weer belangstelling voor zijn geslacht en merkte dat zijn ballen uitzakten in een steeds rimpeliger wordende zak.
Hij bleef een tijdje liggen en stond toen voorzichtig op. Uit de open kast met de glazen planken pakte hij een handdoek. Met de douche spoelde hij de badkuip schoon, zoals hem geleerd was. De handdoek zat om zijn middel toen hij naar zijn oude slaapkamer liep. Daar kroop hij in de vertrouwde, houten twijfelaar.
Zijn moeder was in de keuken bezig en gebruikte de mixer. Misschien aten ze aardappelpuree. Hij hoorde zijn vader de deur naar de hal openen. Even stokte zijn adem. Maar er kwam niemand naar boven. Kort daarna werd het toilet doorgespoeld.
Job zuchtte en draaide zich op zijn zijde. Er was daglicht in de kamer. Aan de muur hing nog de poster die hij kon dromen. Hij kende elk detail van de vrouw die poseerde op een verlaten perron, staand bij een bank, een houten bank, van de zijkant gefotografeerd. Ze droeg alleen een spijkerbloes die openviel en het grootste deel van haar borsten prijsgaf. De aanzet van haar blonde schaamhaar was goed te zien, evenals het begin van haar venusheuvel. Duizend keer had hij zich voorgesteld dat hij de fotograaf was die haar alle denkbare houdingen kon laten aannemen.
Job stond op en opende het raam dat uitkeek op het plein aan de voorkant van het huis. De zomeravond was gevallen. In de lucht hingen paarse vlekken. Jacobsladders reikten naar de grond. Zijn ouders zaten waarschijnlijk te eten, want hij hoorde ze niet meer.
Links, voor het huis van de buren, betrad een meisje het plein. Ze gooide een zwaar doosje in een van de genummerde vakken van het op de grond met krijt getekende kruis en wipte vervolgens van vak naar vak, waarbij ze het vierkant waarin het doosje lag oversloeg. Door haar bovenlichaam te draaien en wild met haar armen te zwaaien bewaarde ze haar evenwicht.
Job had de indruk dat er iets niet klopte. Toen ze aan het eind was gekomen, voorbij de dwarsbalk van het kruis, in het laatste vak, draaide ze zich om en zag hij wat er mis was. Ze was geen kind meer. Haar houding, haar motoriek, het spelletje, alles was kinderlijk, behalve haar lichaam. Ze had het lichaam van een vrouw.
Ze zette beide benen op de grond en keek zoekend om zich heen. Het jurkje met stippen in allerlei kleuren, dat wild om haar heen had gefladderd, kwam tot rust. Nu zag hij nog duidelijker dat ze heupen had en borsten en stevige blote benen. Voordat ze hem kon ontdekken achter het raam, trok Job zich terug. Om de een of andere reden wilde hij niet dat ze hem zag. Toen ze ophield met haar spel en om zich heen keek, had ze haar mond open laten staan.
Job hoorde zijn moeder de trap op komen en kroop razendsnel in bed. Hij hield zich slapende toen ze voorzichtig de deur opende.

‘Je kunt haar eigenlijk niet alleen laten.’
Job hoorde de woorden en de onbekende stem die ze uitsprak, terwijl hij de volgende ochtend door de lege woonkamer naar de keuken liep. Er zat een vreemde vrouw aan de ronde tafel, zag hij. Ze stond op om hem een hand te geven.
‘Volgens je moeder was je een beetje ziek’, zei ze. De vrouw droeg een netjes gecoiffeerd kapsel dat zich om haar oren naar binnen krulde. Geen bril. Harde mond. Hooggesloten bloes. Lange, beigekleurige broek met een scherpe vouw. Haar man kon directeur zijn of zakenman. Het was geen legervrouw. Dat wist Job meteen. Dan had ze zich baziger of juist onderdaniger opgesteld. Legerhiërarchie strekte zich uit tot de verhoudingen tussen de vrouwen. Maar daar was dus niets van te merken.
‘Bevalt het hier?’ vroeg Job.
Voordat de buurvrouw kon antwoorden, ging de deur van de bijkeuken open en stormde iemand naar binnen. Het hinkelmeisje van gisteren, realiseerde Job zich. Toen het kind hem zag, hield ze in. Ze nam de houding van een peuter aan, met haar handen gevouwen in haar schoot.
‘Kom maar meisje’, zei haar moeder met onverbloemde liefde in haar stem. ‘Dit is Job. Hij woont hier. Hij is gisteren thuisgekomen. Geef hem maar een hand.’
Ze droeg een tuinbroek van spijkerstof en kwam in contrast met de energie waarmee ze de keuken was binnen gestuiterd, schuifelend op hem af. Haar hoofd was groot, zag Job nu. Heel lichtblauwe ogen. Sluik haar. Ondanks de verhullend wijde broek zag Job opnieuw duidelijk dat ze een volwassen figuur had. Haar hand voelde zweterig aan.
‘Hoe heet jij?’ vroeg Job.
‘Ze heet Masja’, antwoordde de moeder achter hem.
Die naam maakte de situatie ineens buitengewoon pijnlijk. Masja was een naam voor een slank, zwartharig stuk met lange benen. Ze had Dorien moeten heten, dacht Job. Of Jopie.

‘Ga je ook mee, Job?’
‘Hè. Waar naartoe?’
‘Waar zit je met je gedachten?’ lachte zijn moeder. ‘We hebben het over de braderie. Het zomerfeest. Je weet wel.’
‘Wanneer is dat dan?’
‘Morgenavond. Zaterdagavond. We gaan met het hele plein.’
‘Ik dacht het niet’, zei Job.

De televisie stond aan en bevond zich in de hoek naast het raam, waar thuis een grote vingerplant stond. Het was negen uur en nog licht buiten. De speelfilm waar hij naar zat te kijken, kon hem nauwelijks boeien.
‘Er staan pilsjes in de ijskast’, had de buurvrouw gezegd. Haar man had zelfs op zaterdagavond een blazer gedragen. In de hals van zijn overhemd stak een soort sjaaltje. Dit huis naast het hunne zou beslist niet de laatste trede van de ladder zijn voor deze buren. Dat was wel duidelijk. Ondanks dat ze met Masja zaten.
Het kind lag al te slapen en ze sliep volgens haar moeder normaal gesproken als een blok. Het was een peulenschil, dit oppasklusje. Job liep naar de koelkast en telde de biertjes. Het waren er drie. In de bijkeuken, op dezelfde plek als bij hen thuis, vond hij het krat en hij vulde de koelkast aan. Ze waren vergeten een opener klaar te leggen. Hij zocht in de twee keukenlades, maar vond hem niet. Zijn blik dwaalde door de keuken. Aan de muur boven de eettafel hingen, monsterlijk groot, een houten lepel en een houten vork. In het midden van de rechthoekige, hardplastikken eettafel stond een diepe fruitschaal vol rommel. Een stuk krant, een halfleeg netje knoflook, een schoenlepel, een kleine asbak, een notitieblokje, onderzetters, paperclips, pennen en een blikopener. Met de haak aan de blikopener, die hij precies onder de kroontjesdop plaatste, kreeg Job zijn eerste pilsje open.
De buren hadden een houten vloer. Op zijn sokken schaatste Job terug naar de zithoek. Op de televisie was inmiddels een moord gepleegd en de dader vluchtte in een auto. Hij hield de bestuurster onder schot, terwijl zij over het uitgestrekte, Amerikaanse platteland reed en hem tot rede probeerde te brengen. Het was een mooie meid in een bij de mouwgaten openvallend hemd, waardoor je de hele tijd van opzij tegen haar zwarte bh’tje aan zat te kijken. Ze droeg een korte rok die ze met zenuwachtige rukjes terug probeerde te duwen maar die desondanks onstuitbaar bleef opkruipen.
Job moest pissen. De plee bevond zich op dezelfde plek in de hal. Toen hij had doorgetrokken, bleef hij even bij de trap staan, met een schuin hoofd luisterend. Geen geluid. Geen beweging. Gelukkig maar. Hoe oud zou ze eigenlijk zijn?
De auto naderde een roadblock. De politiemannen stoven uit elkaar terwijl ze op de wagen vuurden. De bestuurster werd in haar linkerschouder geraakt, terwijl ze met haar goede arm aan het stuur dwars door het opstuivende prairiezand jakkerde. Tegen een rotsblok kwam ze tot stilstand. Nu had ze ook een wond in haar gezicht. De auto toeterde onafgebroken. De misdadiger was dwars door het rechter glas van zijn zonnebril doodgeschoten.
Job pakte nog een pilsje uit de koelkast. Het was een uur of tien. Ze zouden om middernacht thuiskomen. Morgen moest hij maar eens terug. Als zijn moeder hem wilde brengen en hij iedereen nog onder ogen durfde te komen.
‘Ik heb in mijn broek geplast.’ Masja stond ineens in de kamer. Ze was helemaal niet verbaasd Job aan te treffen. In haar Mickey Mouse nachthemd zat een natte vlek. Hij zag het toen ze naar hem toe was gelopen en zich omdraaide om naar de televisie te kijken. Ze was dikker dan hij gedacht had. Haar kont spande in het nachthemd dat tot aan haar knieën kwam. Toen ze naar hem toe kwam lopen, had hij zijn ogen moeilijk van haar borsten af kunnen houden. Ze schommelden achteloos.
‘Je moet naar bed’, zei Job.
‘Ik ga ook kijken’, zei ze vrolijk, alweer vergeten waarom ze eigenlijk uit bed was gekomen. Ze plofte op de bank neer, naast Job. Hij veerde op en pakte haar arm.
‘Niet doen’, riep hij harder dan hij wilde. ‘Je maakt de bank nat.’
Ze stond met tegenzin op en bleef besluiteloos staan.
‘Je moet je wassen. Schone pyjama aan doen.’ Hij hield nog steeds haar arm vast en voelde de warmte van haar lichaam.
‘Vooruit. Naar de badkamer.’ Hij liet haar los en deed de televisie uit.
Ze kwam achter hem aan de trap op en ging gehoorzaam naar de badkamer. Maar Job hield haar tegen.
‘Eerst een schone pyjama pakken. Je moet me helpen. Waar liggen die?’
‘Hier’, wees ze. Ze zuchtte en was gehoorzaam. Kennelijk raakte Job de juiste toon. Hij zag dat ze naar de kamer wees waarvan de deur open stond. Het was ‘zijn’ kamer. Het bed was een ravage.
‘Je kan niet meer gaan slapen in zo’n nat bed’, stelde Job vast.
Ze stond bij de kledingkast en schudde haar hoofd. Het sluike haar slierde mee. Met de armen over elkaar drukte ze haar borsten omhoog, tegen de dunne stof van haar nachthemd aan. Job wendde zijn blik af.
‘Ga nu maar naar de badkamer. De deur mag niet op slot, hoor.’
‘Ik moet ook een schone onderbroek.’
Stond ze hem te testen? Haar lichte ogen verraadden niets.
‘Tuurlijk’, zei hij. ‘Die kom ik zo brengen.’
Job bukte zich over het bed en probeerde de doorweekte plekken niet aan te raken terwijl hij het beddengoed afhaalde. Het matras was ook nat geworden. Job aarzelde. Hij besloot dat ze maar in het bed van haar ouders verder moest slapen.
Op de overloop bleef hij staan, met de lakens in zijn armen. Masja stond naakt bij de wastafel. De kraan stond open en ze was wat met een washandje aan het poedelen. Haar borsten bungelden zwaar en haar mond stond een beetje open. Job liep met stijve benen naar haar toe en gooide het natte spul in de wasmand, die in de hoek van de badkamer stond.
‘Je moet in bad’, zei hij en hij draaide snel de kraan open en deed de stop erin. Ze keek hem verbaasd aan.
‘Waar is mijn onderbroek?’
‘Eerst in bad.’

Zacht trilden haar borsten in het water zonder schuim. Knieën staken boven het oppervlak uit. Ze had schaamhaar. Het was dun en bewoog zacht op de onderstroom in het bad.
‘Zo word ik nat’, zei Job, die over haar heen gebogen stond en zijn handen door het water liet slieren. ‘Dat kan niet.’
Masja keek hem aan alsof ze straf had en zei niets toen hij zich uitkleedde. Overmoedig richtte Job zich op. ‘Kijk’, zei hij tegen haar.
‘Mijn vader heeft ook een pierlala’, zei ze proestend van de lach.
‘Ik ga je wassen’, zei hij. Hij pakte een stuk zeep en stak zijn hand tussen haar benen. Gehoorzaam deed ze haar benen uit elkaar. De zeep glibberde uit zijn rechterhand en zonk naar de bodem van het bad toen hij haar aanraakte en voorzichtig kleine cirkelvormige bewegingen uitvoerde met de toppen van zijn wijs- en middelvinger.
‘Au’, zei ze. Haar stem klonk nieuw.
Het deed geen zeer. Dat wist hij. Maar ze kende het gevoel dat haar nu bereikte niet en noemde het dan maar au. Hij ging door. Ze giechelde wat, maar stribbelde niet tegen. Het was warm in de badkamer. De spiegel boven de wastafel werd wazig. Het rook er een beetje naar urine. De vloer bij zijn voeten was nat.
Plotseling kreeg ze kippenvel op haar armen. Ze schokte met haar billen. Snel keek Job haar aan. Haar gezicht was rood. Even sloot ze haar ogen. Op dat moment verloor ze haar kinderlijkheid. Job knikte in zijn knieën en spoot zijn zaad over het bad heen tegen de natte tegels.
‘Ik heb het koud,’ zei ze, weer met haar kinderstem.
‘Kom er maar uit.’ Zijn woorden drongen vanuit de verte tot hem door.
Ze stond voor hem, met haar rug naar hem toe. Hij droogde haar af met een groot badlaken. Dat was van mamma, had ze gezegd, maar ze liet het toch toe. Stevig wreef hij met het katoen over haar naakte huid. Haar huid werd rood. De gedachte om haar te nemen, schuurde achter zijn ogen.
Ze leunde op Job en trok wat onhandig zelf haar schone onderbroek aan. Een witte met roze hartjes.


©Jan Kloeze

Lees ook Houd van me of De benen nemen