Het boek Job

Met Het boek Job heb ik een poging gedaan het boek van de toekomst te schrijven. De roman is interactief opgezet en kan online in willekeurige volgorde worden gelezen. Het boek Job is een coming-of-age-verhaal in 22 fragmenten, sommige lang en andere kort. Elk fragment is een potentieel begin. Elke keuze voor een volgend hoofdstuk beïnvloedt het beeld dat de lezer zich uiteindelijk van Job vormt. Zo krijgt iedere verhaalversie zijn eigen dynamiek. Er zijn in theorie erg veel versies mogelijk. Ik heb niettemin door het gebruik van verbonden thema's en motieven voor samenhang gezorgd. Lezers die hun ervaringen delen zullen hun interpretatie herkennen zoals bomen op elkaar lijken zonder elkaars spiegelbeeld te zijn.

Houd van me

Job was negentien jaar en maakte voor het eerst kennis met de levendigheid van een vrouw die een spannend afspraakje met een man heeft. Die vrouw was zijn moeder.

Ze zaten in een sjiek restaurant en keken in de menukaart. Zij was begin veertig. Haar geverfd, tegen kastanjerood aan. Lippenstift. Rouge. Een blouse met een paar open knopen. Onder tafel een soepel vallende rok, zwarte panty’s en laarzen. ‘Kan je moeder er nog mee door?’ had ze guitig gevraagd, toen ze hem met haar auto ophaalde bij het station. De menukaart bevatte gerechten die in studentencafé's niet waren te krijgen.
‘Tijm. Wat is dat?’
Ze zette haar glas wijn neer. ‘Een soort kruid’, antwoordde ze. ‘Heeft een sterke smaak. Lekker.’

Ze aten omdat ze later hadden afgesproken bij een bevriend echtpaar. Job moest zich ontfermen over de vrouw.

Tijdens de jaarwisseling, een paar maanden eerder, was iedereen naar het vuurwerk gaan kijken, behalve Job en de gastvrouw. Zij had genoeg te doen. Hij had geen zin de kou in te gaan. Het was een recreatiewoning op een eiland, hoog in de duinen gelegen. Allerlei splitlevel verbindingen tussen keuken, woonkamer en serre. Op een van de binnenshuis gemetselde muurtjes zat ze met haar wijnglas. Glinsterende ogen in het half duister. Een decolleté dat in de loop van de avond steeds dieper was geworden. Job dacht dat hij het initiatief nam, maar was daar later niet meer zo zeker van. Hij stond in de zitkuil en zijn hoofd bevond zich op dezelfde hoogte als dat van haar. Hij kuste haar vol op de mond. Alles aan haar was groter en groffer dan hij ooit had ervaren; haar mond, haar rug, haar borsten die hij brutaal betastte zonder ze door stof en bh heen echt te voelen. Hoewel ze met haar tong door zijn mond bewoog, bleef ze verder passief.

Later die nacht zette hij het op een zuipen, al werd hij niet zo dronken als zijn vader die struikelend van een stenen trappetje flikkerde. Weer thuis begreep hij van zijn moeder in een samenzweerderig gevoerd gesprek dat het dus de bedoeling was geweest dat zijn vader het met de vrouw aanlegde, zodat de andere twee – de moeder en de man – ook hun gang konden gaan. Maar de keus was nu op de zoon gevallen.

En zo kwam het dat Job eendenborst met tijm en rozemarijn zat te eten in een intieme hoek van een sjiek restaurant, alsof hij met zijn meisje op stap was, in plaats van met zijn moeder. De werkelijke geliefde was de vrouw die op hem wachtte in de bovenwoning van dezelfde stad, op een steenworp afstand van dit restaurant. De wetenschap dat hij straks met haar in bed zou belanden was bedwelmend. Zijn verlangen richtte zich op de ervaren vrouw die hem meer te bieden had dan de vriendinnetjes die hij kende. Met haar kon hij de hele weg gaan. Maar hij huiverde bij zijn herinnering aan haar afmetingen. Haar tong, haar memmen, haar brede heupen. En hij had nog niet eens het gebied van haar schede betreden.

‘Kom binnen. Kom binnen. Welkom.’
‘Zijn we niet te laat?’
‘Helemaal niet. Helemaal niet.’
Achter zijn moeders laarzen beklom Job de trap. Boven gekomen, nam de man hun jassen aan, waarbij hij zijn moeder licht bij haar schouders vastpakte. De hal was schemerig. Er stond een hondenmand onder de kapstok. Maar de hond lag er niet. De man zag Job kijken. 'We hebben Blue uitbesteed voor de gelegenheid', zei hij. De hond heette dus Blue. De woonkamer werd sfeervol verlicht door drie staande schemerlampen en een paar plafondspotjes. De vrouw zat op de bank. Job ging stoer naast haar zitten. Zijn moeder en de man namen plaats in fauteuils.

De vrouw stond op om wat in te schenken. Job nam een biertje met een jonge jenever ernaast. Een kopstoot. De boze drank van zijn vader. Hij dacht ‘als jullie die ouwe willen, kunnen jullie hem krijgen’. Zijn moeder dronk sherry, net als thuis. De man nam Campari, zo’n laf oranjekleurig watertje met ijs in een soort whiskyglas. Zij hield het bij rode wijn, de rode wijn die even later wrang smaakte in Jobs mond. Maar toen waren zijn moeder en haar minnaar al weg. Ze verlieten de kamer zogenaamd om haar iets te laten zien uit zijn verzameling Jezusbeeldjes. Met een knipoog.

Job boog zich over de vrouw op de bank. ‘Die blijven wel even weg’, zei hij hoopvol. De vrouw was minder toeschietelijk dan tijdens de jaarwisseling, nuchterder waarschijnlijk. Maar ze stond alles toe wat Job deed, totdat hij zijn hand onder haar rok schoof, over haar panty naar boven. Als een volleerde lover, maar in werkelijkheid als iemand die teveel films had gezien. Hij had nauwelijks een bruikbaar idee wat te doen als zijn hand boven was gekomen. Natuurlijk kende hij de geheimen van de schede, in theorie en in de praktijk van wat vluchtige portiekseks, maar van panty’s en slipjes daaronder wist hij niet veel. De vrouw duwde zijn hand weg. ‘Niet hier’, zei ze.

Job werd meegetroond naar de logeerkamer, waar een tweepersoonsbed stond met een hoofd- én een voetenschot. Het was er koud. De gordijnen waren al gesloten. De vrouw knipte een wandlamp aan. De muur was donkerbruin. Op de muur er tegenover hing een Perzisch kleed. De vloer was bedekt met linoleum. Het enige wat Job kon bedenken was ‘als ik mijn moeder maar niet hoor’. Ze was dezelfde weg gegaan toen ze met de man de kamer verliet. Op de gang had hij een stuk of vier deuren gezien, allemaal gesloten. Hij hoopte van ganser harte dat de andere slaapkamer niet naast de logeerkamer lag. Plotseling ontdaan van zijn bravoure stond Job nog in zijn schoenen naar de vrouw te kijken. Ze stroopte haar panty af, maar had haar rok aangehouden, waardoor blote dijen tevoorschijn kwamen.

‘Houd van me!’ ‘Houd van me!’ Ze bleef het roepen, terwijl Job op haar lag, tegen haar donkere krullen aan keek en zijn pik in haar droge schede probeerde te proppen. Het was daar beneden groot en behaard met harde haren en dikke lippen die nauwelijks van elkaars zijde weken. Zijn vingers waren de weg kwijt geraakt. Zij had hem geen enkele aanwijzing gegeven. Ze lag doodstil en stak geen poot naar hem uit. Ten einde raad was Job dus maar tussen haar benen gaan liggen, benen die ze toen eindelijk uit elkaar deed. Van dat gebaar kreeg hij ondanks zichzelf een erectie. Hij drukte zijn pik tegen haar lippen, zonder enig idee of hij in de buurt zat. Op het moment dat ze hem voelde drukken, begon ze hard om zijn liefde te smeken. Verder niets. Job verslapte. Maar ze leek het niet te merken en bleef ‘houd van me’, ‘houd van me’ kermen. Ondanks alles voelde hij ineens dat er iets klemde om zijn halfharde pik. Het schuurde toen hij zich een paar centimeter bewoog. Opnieuw schoot het bloed toe, kortstondig was het alsof hij in nat zand bewoog. Hij verslapte opnieuw, kreeg kippenvel op zijn rug en liet zich naast haar rollen. Zijn taak zat er wel zo’n beetje op. Het was mooi geweest.

Lees ook Hij was het niet zelf of Grace.

©Jan Kloeze, februari 2018