Het boek Job

Met Het boek Job heb ik een poging gedaan het boek van de toekomst te schrijven. De roman is interactief opgezet en kan online in willekeurige volgorde worden gelezen. Het boek Job is een coming-of-age-verhaal in 22 fragmenten, sommige lang en andere kort. Elk fragment is een potentieel begin. Elke keuze voor een volgend hoofdstuk beïnvloedt het beeld dat de lezer zich uiteindelijk van Job vormt. Zo krijgt iedere verhaalversie zijn eigen dynamiek. Er zijn in theorie erg veel versies mogelijk. Ik heb niettemin door het gebruik van verbonden thema's en motieven voor samenhang gezorgd. Lezers die hun ervaringen delen zullen hun interpretatie herkennen zoals bomen op elkaar lijken zonder elkaars spiegelbeeld te zijn.

Houd van me

 

‘Tijm. Wat is dat?’ Job is negentien jaar en uit eten. Zij is begin veertig. Haar geverfd, tegen kastanjerood aan. Lippenstift. Rouge. Een blouse met een paar open knopen. Onder tafel zwarte panty’s en laarzen.

‘Kan ik er nog mee door?’ had ze guitig gevraagd, toen ze hem met haar auto ophaalde bij het station. Job maakte kennis met de levendigheid van een vrouw die een spannend afspraakje heeft, haar bloed tintelend van de wetenschap dat het straks zal mogen stromen. Die vrouw was zijn moeder.

‘Kom binnen. Kom binnen. Welkom.’
‘Zijn we niet te laat?’
‘Helemaal niet. Helemaal niet.’
Achter zijn moeders laarzen beklom Job de trap. Hij keek strak voor zich uit. Boven gekomen, nam de man hun jassen aan, waarbij hij zijn moeder zacht bij haar schouders vastpakte. De hal was schemerig. Er stond een hondenmand onder de kapstok. De hond lag er niet. De woonkamer werd sfeervol verlicht door drie staande schemerlampen en een paar plafondspotjes. De vrouw zat op de bank. Job ging stoer naast haar zitten. Zijn moeder en de man namen plaats in fauteuils.
De vrouw stond op om wat in te schenken. Job nam een biertje met een jonge jenever ernaast. Een kopstoot. De boze drank van zijn vader, wiens positie hij innam. Zijn moeder dronk sherry, net als thuis. De man nam Campari, zo’n oranjekleurig watertje met ijs in een soort whiskyglas. De vrouw hield het bij rode wijn, de rode wijn die even later wrang smaakte in Jobs mond. Maar toen waren zijn moeder en de man al weg. Ze verlieten de kamer subtiel, zogenaamd omdat hij haar iets wilde laten zien.
Job had zich daarna over de vrouw op de bank gebogen. ‘Die blijven wel even weg’, had hij als inleidende tekst gebruikt. De vrouw was minder toeschietelijk dan tijdens de jaarwisseling, nuchterder waarschijnlijk. Maar ze stond alles toe wat Job deed, totdat hij zijn hand onder haar rok schoof, over haar panty naar boven. De vrouw duwde zijn hand weg. ‘Niet hier’, zei ze.
Job werd meegetroond naar de logeerkamer, waar een tweepersoonsbed stond met een hoofd- én een voetenschot. Het was er koud. De gordijnen waren al gesloten. De vrouw knipte een wandlamp aan. De muur was donkerbruin. Op de muur er tegenover hing een kleed. De vloer was bedekt met linoleum. Het enige wat Job kon bedenken was ‘als ik mijn moeder maar niet hoor’. Op de gang had hij een stuk of vier deuren gezien, allemaal gesloten.

‘Houd van me!’ ‘Houd van me!’ Ze bleef het zeggen, terwijl Job op haar lag, tegen haar donkere krullen aan keek en zijn lul in haar schede probeerde te proppen. Het was daar beneden groot en behaard met harde haren en dikke lippen die nauwelijks van elkaars zijde weken. Zijn vingers waren de weg kwijtgeraakt. En zij, de ervaren vrouw, had hem geen enkele aanwijzing gegeven. Ze lag doodstil en stak geen poot naar hem uit. Ten einde raad was Job tussen haar benen gaan liggen, benen die ze toen eindelijk uit elkaar deed. Van dat gebaar kreeg hij een erectie, en hij drukte tegen haar lippen, zonder enig idee of hij in de buurt zat. Opnieuw bleef ze passief. Op het moment dat ze hem voelde drukken, begon ze dus hard ‘houd van me’, ‘houd van me’ te kermen. Ondanks alles voelde Job ineens dat er iets klemde. Het schuurde. Kortstondig was het alsof hij met zijn hele hebben en houwen in nat zand bewoog. Hij verslapte, kreeg kippenvel op zijn rug en liet zich naast haar rollen. Zijn taak zat er wel zo’n beetje op.

Lees ook Hij was het niet zelf of Grace.

©Jan Kloeze