Het boek Job

Met Het boek Job heb ik een poging gedaan het boek van de toekomst te schrijven. De roman is interactief opgezet en kan online in willekeurige volgorde worden gelezen. Het boek Job is een coming-of-age-verhaal in 22 fragmenten, sommige lang en andere kort. Elk fragment is een potentieel begin. Elke keuze voor een volgend hoofdstuk beïnvloedt het beeld dat de lezer zich uiteindelijk van Job vormt. Zo krijgt iedere verhaalversie zijn eigen dynamiek. Er zijn in theorie erg veel versies mogelijk. Ik heb niettemin door het gebruik van verbonden thema's en motieven voor samenhang gezorgd. Lezers die hun ervaringen delen zullen hun interpretatie herkennen zoals bomen op elkaar lijken zonder elkaars spiegelbeeld te zijn.

Grace

Job was moe. Moe van de strijd met zijn vader, de officier. Moe van de onstilbare steun die zijn moeder van hem vroeg. Moe van teveel stiekeme drank, teveel slap geouwehoer en teveel gemasturbeer. De dagen duurden lang. De nachten waren klam. Het was al wekenlang lente.

Hij ging maar weer eens een eind fietsen op zaterdagmiddag. Het stadje uit, op weg naar de bergen, waar zandheuvels en bomen een soort bos vormden. Er was geen zak te doen. Maar hij zat graag tegen een boom, met zijn kont in het zand. Ook hield hij ervan een beetje te verdwalen over bospaden en langs ruiterpaden, zonder in het kleine bos de weg serieus kwijt te zijn.

Op weg naar de bergen passeerde hij Zevenhuizen, het lintdorp dat zich slingerde langs de ruwe asfaltweg waarop hij fietste. Daar woonde Grace, mooie Grace met haar trotse borsten die ze fier droeg, los in de bloes, schouders naar achteren. Ze was een jaar of twee ouder dan de rest van de klas, omdat ze een leerachterstand bleek te hebben toen ze terug waren gekomen uit Canada, waar haar vader lange tijd gestationeerd was. Grace sprak Nederlands met een grappig accent en een kleine woordenschat. Ze had lang, stijl haar. Blond met nog blondere strepen erin. Haar lach was gul. Haar lijf was lenig. En ze was vaak alleen thuis.

Althans volgens Edgar met wie Job bevriend was en die ook bij Job in de klas zat maar haar beter kende omdat hun vaders graag samen een borrel dronken. Edgar was al twee keer bij Grace op bezoek geweest in Zevenhuizen. Daarna was hij op een middag naar haar toe gefietst en hadden ze het op een zuipen gezet met bier en port uit de kelder. Hij had haar borsten gezien, zei hij vol ontzag. En ze gevoeld.

Edgar was net als Job gewend aan meisjes van 15 die met hun kleren aan waren geboren. Preutse tutjes die bij het tongzoenen van schrik hun mond wagenwijd open deden. Een enkele trien uit een van de Peeldorpen liet zich nog weleens onder haar truitje pakken, maar leek daar zelf geen enkel plezier aan te beleven. Laat staan dat ze wisten hoe ze een jongenspik konden afspelen. Grace was hors categorie. Grace was een vrouw. Grace was Greta Garbo en Willeke van Ammelrooij. En Edgar had haar geheimen gevoeld. Godverdomme.

Er is niemand thuis, zei Job bij zichzelf, terwijl hij langzaam voorbij fietste. Heel Zevenhuizen was uitgestorven. Hij hoopte dat Grace toevallig buiten zou lopen, dat ze hem zou herkennen en iets van hallo zou roepen. Dan was hij gestopt, had een praatje met haar gemaakt en omdat ze toch alleen was, had ze hem uitgenodigd. Job was geen Edgar. Dat wist hij ook wel. Edgar had sexappeal. De meisjes vielen voor zijn geintjes, zijn ontspannen houding, zijn lichte onhandigheid. Edgar was slanker, langer en vlotter dan Job. Maar misschien was Grace eenzaam. Misschien had ze zin om ook eens wat hem te vrijen. Waarom niet? Hij was nou ook weer geen gnoom. Maar ze was er niet.

Ook op de terugweg langs haar huis, heeft Job haar niet gezien.

Lees ook Hij was het niet zelf of De benen nemen.

©Jan Kloeze

februari 2018