Het boek Job

Met Het boek Job heb ik een poging gedaan het boek van de toekomst te schrijven. De roman is interactief opgezet en kan online in willekeurige volgorde worden gelezen. Het boek Job is een coming-of-age-verhaal in 22 fragmenten, sommige lang en andere kort. Elk fragment is een potentieel begin. Elke keuze voor een volgend hoofdstuk beïnvloedt het beeld dat de lezer zich uiteindelijk van Job vormt. Zo krijgt iedere verhaalversie zijn eigen dynamiek. Er zijn in theorie erg veel versies mogelijk. Ik heb niettemin door het gebruik van verbonden thema's en motieven voor samenhang gezorgd. Lezers die hun ervaringen delen zullen hun interpretatie herkennen zoals bomen op elkaar lijken zonder elkaars spiegelbeeld te zijn.

De benen nemen

Het beste was te gaan lopen. Hij kende de weg in het spinnenweb van secundaire wegen dat hier het Friese platteland bedekte, omdat hij er twee jaar lang met zijn brommer overheen had gescheurd. Natuurlijk was het donker en gevaarlijk. Maar de duisternis gaf hem ook dekking. Als hij de hele nacht door zou lopen, kon hij morgen ergens de bus pakken. In de ochtendspits zou hij niet opvallen tussen de forensen, de studenten en de scholieren. Dan zou hij terug gaan naar het huisje achter de boerderij, waar hij zich zou verstoppen tot alles over was gewaaid. Want wat had hij nou eigenlijk gedaan? Hij had het kind gewassen en terug in bed gestopt. Dat was alles.

Daarna was hij hem gesmeerd. Het kind was alleen achter gebleven in dat huis van de buren, een uurtje of twee. Maximaal. Genoeg tijd om een kilometer of tien afstand te nemen. Ze zouden zich afvragen waarom hij de benen had genomen. Ze zouden de ravage in de badkamer ontdekken. Maar hij had nog snel met een stuk wc-papier de ergste rommel opgeveegd. Dus veel bijzonders zouden ze daar niet ontdekken.

Het kwam erop aan wat Masja zou vertellen en hoeveel waarde ze aan haar woorden zouden hechten. Als hij gewoon was gebleven, hadden ze haar waarschijnlijk niet geloofd. Dan was het zijn woord tegen het hare geweest. Een verstandige jongen die tot voor kort netjes op de lijvenacademie zijn HBO-diploma kon halen maar wegens ziekte er even tussenuit was geknepen, tegenover een zwakzinnige vrouw in het lichaam van een achtjarig meisje. Natuurlijk zouden ze niet geloven dat hij haar had aangeraakt. Ze zouden hem juist prijzen omdat hij het bedongelukje zo adequaat had aangepakt. Dus, waarom was hij eigenlijk weg gelopen? Hij had gewoon met een biertje in de woonkamer kunnen gaan zitten, zoals het was toen ze met haar natte pyjama naar beneden kwam.

Alles goed gegaan? Had de buurvrouw dan bij thuiskomst gevraagd. Misschien een tikkeltje aangeschoten omdat ze eindelijk eens een avondje vrij had gehad. Job had moeten vertellen dat haar dochter in het echtelijke bed lag, na haar ongelukje. En ze hadden dus allemaal met hem te doen gehad omdat hij zo’n vervelend voorval het hoofd had moeten bieden. De buurman had hem een briefje van vijfentwintig gulden toegestopt. Er waren wat mensen mee gekomen, waaronder zijn eigen ouders. Die hadden met elkaar nog een borrel gedronken. Terwijl Job naar bed was gegaan.

Pas de volgende ochtend hadden haar ouders met Masja kunnen spreken. En met een beetje geluk was het woord pierlala niet gevallen. Met een beetje geluk had ze ook niet verteld dat Job haar auw had gedaan terwijl ze in bad zat. Als het meezat, had zijn moeder hem alweer in zijn huisje op het platteland afgeleverd, voordat er ook maar enige verdenking was gerezen.

Dus, waarom liep hij nu al uren door de zomernacht, met een flauwe schemering in het Westen boven de velden van het Friese land, nauwelijks afwijkend van wat ’s nachts op zee was te zien, waar de vlakte van het water ervoor zorgde dat de ondergaande zon in een heldere nacht nog heel lang tegen de donkere, gevlekte hemel reflecteerde, bijna net zo lang als de opkomende zon in het Oosten nodig had om zijn verschijnen aan te kondigen. Alsof de aarde werkelijk plat was en er twee zonnen waren.

Maar hij was niet gebleven. Hij had de gok niet aangedurfd.

Lees ook Massage en Monopoly of Luciferstokjes.

©Jan Kloeze

februari 2018