Het boek Job

Met Het boek Job heb ik een poging gedaan het boek van de toekomst te schrijven. De roman is interactief opgezet en kan online in willekeurige volgorde worden gelezen. Het boek Job is een coming-of-age-verhaal in 22 fragmenten, sommige lang en andere kort. Elk fragment is een potentieel begin. Elke keuze voor een volgend hoofdstuk beïnvloedt het beeld dat de lezer zich uiteindelijk van Job vormt. Zo krijgt iedere verhaalversie zijn eigen dynamiek. Er zijn in theorie erg veel versies mogelijk. Ik heb niettemin door het gebruik van verbonden thema's en motieven voor samenhang gezorgd. Lezers die hun ervaringen delen zullen hun interpretatie herkennen zoals bomen op elkaar lijken zonder elkaars spiegelbeeld te zijn.

Vliegangst

Oom en tante brachten hem in de Renault Dauphine naar het Motel de Witte Paarden en zijn ouders haalden hem op met hun eend, een tweedehands Deux Chevaux.

Houd van me

Job was negentien jaar en maakte voor het eerst kennis met de levendigheid van een vrouw die een spannend afspraakje met een man heeft. Die vrouw was zijn moeder.

De Tuin der Kunsten

Job danste. Op een grasveldje, bij een muziektent. Overdag. In het voorjaar. Jas aan, maar niet dicht geknoopt. Lange, suède jas met kraag. Een beetje zwieren met de panden van de jas. Af en toe wat wiegen in de heupen, ritmisch bewegen met hoofd en schouders.

In bad

‘Hoe gaat het nu?’ vroeg zijn moeder, die steeds probeerde een gesprek te beginnen. Ze nam gas terug omdat ze niet kon inhalen. ‘Al wat beter?’

Hij was het niet zelf

Hij was het niet zelf, die jongen daar, de jongen die van de kade zijn bed maakte. Nee, Job stond op de brug toe te kijken hoe de ander zich langzaam en moeizaam uitkleedde tot op zijn onderbroek. En pogingen deed om te gaan liggen.

Massage en Monopoly

Niemand kon zo goed naar Job luisteren als Ger. Waar het verhaal ook heen ging, hoe absurd de associaties en verwikkelingen soms ook waren, Ger volgde op de voet. Tegen Ger aan lullen, was een warm bad. Zijn gelaat drukte elke emotie moeiteloos uit.

Tralies

‘Als hij ooit naar zee gaat, breek ik zijn beide benen’, zo sprak zijn vader, die zelf gevaren had, kort na de geboorte. Het dreigement werd uitgesproken boven de wieg die de rustplaats van het kind moest zijn, maar waar hij voortdurend probeerde uit te klimmen.

De benen nemen

Het beste was te gaan lopen. Hij kende de weg in het spinnenweb van secundaire wegen dat hier het Friese platteland bedekte, omdat hij er twee jaar lang met zijn brommer overheen had gescheurd.