Jeugdzorg moet risicoreflex mijden [BoardRoomZORG]

Op 1 januari 2015 stapte de sector Jeugdzorg over de drempel van een nieuw jaar, waarin alles anders is. Bestuurders Thea Roelofs en Arno Lelieveld zien kansen.

Maar ze realiseren zich ook dat nieuwe onzekerheden de oude risico-regelreflex kunnen opwekken. ‘Dat mag niet gebeuren!’

Hoe de drempel over zonder te struikelen?
De provinciale jeugdzorg, de jeugd LVB en ggz, kinder- en jeugdpsychiatrie plus de zogenoemde gemeentelijke ondersteuning en zorg voor jeugd zitten per 1 januari 2015 allemaal in de nieuwe Jeugdwet. De oude Wet op de jeugdzorg is van het toneel verdwenen. De Zorgverzekeringswet en de Wet maatschappelijke ondersteuning zijn afgekoppeld en bemoeien zich niet meer met jeugd. Uitvoering van de nieuwe Jeugdwet is nu de verantwoordelijkheid van gemeenten.
Simpel. In vier zinnen is het verteld. Meer niet. Maar wat moesten jeugdzorgbestuurders doen om de drempel van het nieuwe jaar over te stappen zonder te struikelen? Thea Roelofs, bestuurder van Stek Jeugdhulpverlening in Capelle aan de IJssel, en Arno Lelieveld, in dezelfde functie werkzaam bij de Rotterdamse buurman TriviumLindenhof, benadrukken dat de aanloop naar januari 2015 al jaren geleden is begonnen. Maar het kan de verslaggever niet ontgaan dat de eindsprint inspannend moet zijn geweest, gezien de toch enigszins vermoeide trekken op beider gezichten.

Uitkeringsfraude opsporen of hulpverlenen
Roelofs had op de ochtend van dit interview een voortgangsbespreking met een aantal gezinscoaches van Stek die sinds kort formeel werken in een aantal nieuw gevormde jeugdteams, onder gemeentelijke aansturing. Ze schetst een voor dit overgangsmoment typisch dilemma, waar haar mensen vanochtend mee kwamen: ‘Wat moeten we doen met de opdracht vanuit de gemeente dat we verdenkingen van uitkeringsfraude moeten melden als we dergelijke signalen opvangen bij gezinsbezoeken?’ aldus Roelofs.
Zo’n vraag komt niet voor in de macrobeschrijvingen van de beleidsmakers. Maar het is wel een diep essentiële vraag. Het raakt aan de kern van de hulpverlenersidentiteit. Roelofs: ‘Zijn we behalve hulpverlener nu ook opsporingsambtenaar vanuit het maatschappelijk belang dat de gemeentelijke overheid moet dienen? Niet dus’, zegt ze en collega Lelieveld knikt. ‘Onze primaire opdracht is het vertrouwen te winnen van de gezinnen die met ons werken en dat niet te beschamen. Als het lukt, groeit een basis om te werken aan oplossingen voor de problemen die in dat gezin zijn opgetreden. Wij kijken daarbij naar de hele context. Vaak ontstaan bijvoorbeeld nieuwe kansen op het gebied van opleiding en werk in zo’n gezin. En dat vertegenwoordigt óók een maatschappelijk belang.’

Rug recht houden, ondernemerschap en samenwerking
De geïnterviewde bestuurders benadrukken in dit artikel dat ze achter de uitgangspunten van het regeringsbeleid staat. ‘Ontschotten van de jeugdzorg en daarbij zoveel mogelijk samenwerken op regionaal en decentraal niveau. Dat is de kern van het beleid en daar kan ik me helemaal in vinden’, is een belangrijk citaat in het stuk. Maar ze schetsen tegelijk een beeld van belangrijke beslissingen nemen, rug recht houden, ondernemerschap en samenwerking. Ze hopen dat ze de tijd krijgen om vorm te geven aan de nieuwe tijd.
De sector zit min of meer op slot’, aldus Roelofs, wijzend op één van de lastige aspecten van deze wetswijzigingen en de transitie die daarmee samenhangt, namelijk dat er nauwelijks tot geen vacatures meer zijn.

Download hier de pdf van het volledige artikel of lees Raden van toezicht leren van elkaar.