Gisteravond naar Frascati gegaan, zaal nummer 3. Omdat ik een monoloog wilde zien. Een monoloog is in mijn ogen de fraaiste vorm van toneelspel. De speler richt zich tot iemand in het bijzonder, die er niet is.

Een rechter. Een geliefde. Een vader of een moeder. En tegelijkertijd tot zichzelf. Hij houdt zichzelf een spiegel voor en kijkt naar zichzelf door de ogen van de geadresseerde. Daar zit voor mij meer drama in dan in een dialoog.
De actrice van nog geen dertig jaar oud, speelde in een stuk getiteld Ik ben Medea. Ze kwam blootsvoets op in een zwarte kaftan met split en kleedde zich halverwege de 75 minuten om in een soort tutu, een superkort geplisseerd rokje met top. Wit. Van zwart naar wit. Tijdens dat omkleedproces liep ze een tijdje in onderbroek en hemd over het toneel. Waarvan de zin me totaal ontging. Waarom ging ze van kaftan naar tutu? Waarom zo blotig, zonder bh en met halfonthulde billen in een aan de achterzijde wat hoog opgesneden broekje? Beats me.
Haar monoloog bleek minder eenzijdig dan verwacht. Ze wendde zich steeds tot het publiek, dat moest staan en zitten en zelfs zinnetjes moest uitspreken. Af en toe sprak ze tegen Jason, een logische monoloogpartner voor iemand als Medea, want haar overspelige echtgenoot. Maar in feite leek ze vooral haar moeder aan te spreken, een bipolaire moeder. Geen kattenpis natuurlijk. En dan was ze ook nog eens een Nederlandse Marokkaanse. Alom navelgestaar en gemopper, met koket ook veel vegen uit pannen voor haar eigen navelgestaar en gemopper. Zodat het nooit duidelijk werd met wie we nou eigenlijk te maken hadden daar op dat podium in haar witte mini-jurk, op haar blote benen en met haar grote bek.
Ik had bewondering voor het lef waarmee ze het toch maar even tot het derde podium van Frascati had geschopt. In haar eentje. Hoeveel jonge actrices lopen er rond in Amsterdam die daarvan dromen? Haar is het toch maar gelukt. Een volle zaal ook nog. Een man of honderd, schatte ik. En een gulle zaal. Ze had de gunfactor. Ze kreeg lach op lach, stilte op stilte, participatie tot voorbij het aanvaardbare. Een lang applaus, waar ze schijnbaar verrast op reageerde.
Haar persoonlijk leven was dramatisch genoeg om te kunnen boeien, dankzij een verwijzing naar de oude Grieken, publieksdeelname en kwetsbare schaamteloosheid. Maar de symboliek in haar voorstelling wilde niet toeslaan.

©Jan Kloeze, mei 2018

Lees ook Naastzitter of Eremetaal.