PERSBERICHT
Amsterdam, februari 2018

Het boek van de toekomst staat online

Met Het boek Job heeft journalist/schrijver Jan Kloeze geprobeerd het boek van de toekomst te schrijven. De roman is interactief opgezet en kan online in willekeurige volgorde worden gelezen. Het boek Job is een coming-of-age-verhaal in 22 fragmenten, sommige lang en andere kort. Elk fragment is een potentieel begin. Elke keuze voor een volgend hoofdstuk beïnvloedt het beeld dat de lezer zich uiteindelijk van Job vormt. Zo krijgt iedere verhaalversie zijn eigen dynamiek.

Er zijn in theorie erg veel versies mogelijk. De auteur heeft niettemin door het gebruik van verbonden thema’s en motieven voor samenhang gezorgd. Lezers die hun ervaringen delen zullen hun interpretatie herkennen zoals bomen op elkaar kunnen lijken, zonder elkaars spiegelbeeld te zijn.

Het boek Job is bedoeld als een voorbeeld van de moderne, meetbare roman. Welke fragmenten worden het vaakst gelezen? In welke volgorde komen lezers het verst en onder welke voorwaarden worden de meeste fragmenten gelezen? Hoe lang doen mensen erover? Wanneer besluit men zijn ervaringen te delen? Waar haken lezers juist af? Mist de lezer informatie en zo ja, welke dan? Deze zaken zijn bij het boek van de toekomst met de juiste technische hulpmiddelen allemaal vast te stellen. De kennis die dit oplevert, kan de auteur bijvoorbeeld inzetten bij een gedrukt exemplaar van Het boek Job, dat dan de ideale volgorde krijgt.

Wie het gedrag van de lezer kent, is in staat een gerichter boekenaanbod te doen waardoor het mes aan twee kanten snijdt. De lezer krijgt wat hij zoekt en de auteur vindt zijn publiek. Dat is althans de theorie achter het boek van de toekomst. Uitgevers zoeken naar deze graal. Het boek Job is een poging zo’n boek van de toekomst te schrijven.

Jan Kloeze is een ervaren hoofdredacteur in de vakjournalistiek. Naast zijn journalistieke werk is hij actief als schrijver van verhalen, blogs en nu dus Het boek Job. Hij legt momenteel de laatste hand aan zijn eerste klassieke roman, waarvan een voorpublicatie hier is te vinden.

Illustratie: Cunera Joosten