Waarover wij spraken

 

In plaats van met mijn vriend René zit ik met K., zijn blonde vriendin, in het café. Ze is net als ik in 1959 geboren, maar dieper getekend door het leven. Surrogaat, zegt ze over zichzelf met een wrang glimlachje op haar gegroefde gezicht.

Een belangrijke les

 

Het moment brandde alles van kort daarvoor uit het geheugen van de dichter. Hij moest met een groep jongens en meisjes op stap zijn geweest, zoals elke dag in die vakantie.

De mengbeker

 

Als hij na uren autorijden thuiskwam, had de soepele autotechniek hem getransformeerd in motorolie. Soepele, smeerbare motorolie. Vloeibaar zat hij in de zware bolide.

Een naam geven

 

Op het talud hoort ze insecten zoemen. De bomen laten hun blaadjes glinsteren als zilverpapier in het haar van een meisje. Rails buigen een bocht in een roerloze ladder.

Radionieuwsdienst

 
Het gebrom buiten in de lucht deed hem denken aan de tijd dat hij nog kon vliegen. Zijn jongste dochter had het klapraam in de keuken opengezet. Al een tijd geleden. Tegen de rook. Dat had ze gezegd.

Geluksvogel

Geluksvogel. Dat was de conclusie. Van de twee vrouwen in zijn gezelschap. Het had hem verbaasd. Zo voelde hij zich niet. Er waren dingen gebeurd. Hij had zich mee laten voeren. Meer niet.

Uit eten

 

Hein, steeds Heini genoemd, was de dromer. Hij was onafscheidelijk van zijn twee knuffels, een bruine langoor en iets wittigs. Zijn oudere broer Lars commandeerde hem van links naar rechts.

Nova Zembla

 

Op een wat broeierige middag liep ik licht zwetend in spijkerbroek en op gympen door de Nova Zembla straat, waar ooit een vriend van me woonde. Ik logeerde soms bij hem, zeker dertig jaar geleden.

Koud

Een groepje jongens.