Omertà

John stond op van de bank en schoof het gordijn een stukje opzij. Verwachtingsvol keek hij uit het raam, alsof Kurt daar buiten ineens zou kunnen opduiken. De Audi stond op de oprit. Ondanks zijn bezorgde gemoed genoot hij van de aanblik van zijn auto in het lantaarnlicht, de zilveren raamomlijsting, de grote wielen, de smalle achterlichten. Misschien moest hij zijn zoon gaan zoeken? Een beetje rondrijden? Waar te beginnen?

Het rubberen meisje

Bij de parkeerplaatsen naast de boerderij namen we tegelijk afscheid, Mascha van haar ouders en ik van Saskia. Hoewel haar vader en moeder nog vlakbij waren, draaide ze de Mercedes snel haar rug toe. Ik liet mijn arm zakken en keek naar haar. Een jaar of vijftien. Geen make-up. Blond haar in een hoge paardenstaart. Kort flitste haar blik over me heen. Ik meende groene ogen te zien. Toen liep ze weg.

Het meisje van Ceylon

Had ze zijn dood moeten zien aankomen? Ja, natuurlijk. Als ze bij hem was geweest, als ze naast hem had gelegen, was ze dan wakker geworden van zijn doodsstrijd en had ze hem dan kunnen helpen? Ja, natuurlijk.

Zwart water

Ze was boos omdat haar moeder had geraden dat ze zichzelf sinds kort toestond eraan te denken, niet dat ze er nooit aan had gedacht, maar eraan te denken alsof het werkelijkheid zou worden, dat het echt zou plaatsvinden, en hoe dat dan zou gaan, wat ze zou moeten doen om hem toe te laten, niet in een oefening terwijl hij haar vasthield en zij zich opkrulde langs zijn lijf totdat ze een handstand maakte met haar kruis bij zijn borst en ze daarna haar benen spreidde in een spagaat om dan door de smalle ruimte tussen hun lichamen te rollen en kort op de grond terecht kwam om zich daar af te zetten en terug naar de uitgangspositie te stuiteren, niet samen in zo’n oefening dus, maar in het echt.

Het Meesterstuk

 

Het was kil in de smederij. De kachel was de hele dag uit gebleven en pas toen de avond viel, had Harold van de Bron tijd gevonden om te smeden. Omdat er een auto stopte op de parkeerplaats wachtte hij nog even met het vuur. Hij keek naar de vaalgroene, baanderdeur, groot genoeg om een tractor binnen te laten.

Zwarte magie

Arend van Sion vertelde me ooit dat hij zijn tweelingziel had laten gaan. Ze was een Palestijnse. Ondanks zijn Hollandse naam had Arend zelf ook iets Oriëntaals met zijn golvende, zwarte haardos, diepliggende ogen en scherpe kaken. Niet langer dan één meter vijfenzeventig. Een mond als een mes.

Onvatbaar

 

Achteraf was de oproep om mijn kiezen te laten vervangen het eerste teken dat Mevrouw Bohr mij op had genomen in haar verbeteringsprogramma. Hoe de selectie precies in zijn werk ging, wist niemand. Misschien had het te maken met mijn vitale beroep. Niettemin, sommigen werden wel uitgekozen, maar de meesten niet. Waarschijnlijk werd hen weinig kansen toegedicht. Misschien waren ze te beschadigd uit de Crisis gekomen.

Waarover wij spraken

 

In plaats van met mijn vriend René zit ik met K., zijn blonde vriendin, in het café. Ze is net als ik in 1959 geboren, maar dieper getekend door het leven. Surrogaat, zegt ze over zichzelf met een wrang glimlachje op haar gegroefde gezicht.

Een belangrijke les

 

Het moment brandde alles van kort daarvoor uit het geheugen van de dichter. Hij moest met een groep jongens en meisjes op stap zijn geweest, zoals elke dag in die vakantie.

De mengbeker

 

Als hij na uren autorijden thuiskwam, had de soepele autotechniek hem getransformeerd in motorolie. Soepele, smeerbare motorolie. Vloeibaar zat hij in de zware bolide.