Het boek Job

Met Het boek Job heb ik een poging gedaan het boek van de toekomst te schrijven. De roman is interactief opgezet en kan online in willekeurige volgorde worden gelezen. Het boek Job is een coming-of-age-verhaal in 22 fragmenten, sommige lang en andere kort. Elk fragment is een potentieel begin. Elke keuze voor een volgend hoofdstuk beïnvloedt het beeld dat de lezer zich uiteindelijk van Job vormt. Zo krijgt iedere verhaalversie zijn eigen dynamiek. Er zijn in theorie erg veel versies mogelijk. Ik heb niettemin door het gebruik van verbonden thema's en motieven voor samenhang gezorgd. Lezers die hun ervaringen delen zullen hun interpretatie herkennen zoals bomen op elkaar lijken zonder elkaars spiegelbeeld te zijn.

De Kindertekening

 

Het was warm en stoffig toen Job in Praag het Joods kerkhof betrad. Hij stond onder een uitbottende, jonge eik in de zon en staarde naar de chaos. Ergens had hij gelezen dat iemand het kerkhof vergeleek met de gotische nachtmerrie van een reus, maar elke beschrijving was te veel eer voor deze stortplaats van onteerde grafzerken met een hek er omheen.

De Steenlift

Op de bovenste verdieping van de splinternieuwe Drive-in woning, onder het platte dak, had Job zijn slaapkamer. Hij keek uit over een brede weg en een hobbelig, braakliggend terrein. Er moest een winkelcentrum komen, maar er stond alleen nog maar een uit losse latten bestaand bord met zwarte letters tussen wilde bloemen en struiken.

Grace

Job was moe. Moe van de strijd met de officier. Moe van de onstilbare steun die zijn moeder van hem vroeg. Moe van teveel stiekeme drank, teveel slap geouwehoer en teveel gemasturbeer.

Iemand die van zee komt

Iemand die van zee komt, draagt de zilte ether om zich heen. Daarin is de ervaring opgenomen van nietigheid en ontzag, van overgave en ontspanning. De blik is helder. Ogen kijken nog in de verte, zijn er aan gewend te rusten op de horizon.

In uniform

In rotten van drie kwamen de maten van het squadron op audiëntie bij de majoor. Op zaterdagavond. Verplicht. Met vrouw.

Kakofonie

 

Een kale zaal met bedden en kinderen. Job had geen idee waarom hij daar was. Zijn eerste woordjes waren mamma, huis, tante. Maar die woorden waren hier niet van toepassing.

Knopen tellen

 

Niets was onpersoonlijker dan het verkeer in de nacht. Auto’s priemden hun lichtbundels voor zich uit en jakkerden voorbij, hun bestuurders en inzittenden onzichtbaar voor Job die steeds van het asfalt opzij in de berm stapte en zich afwendde van het licht.

Luciferstokjes

Een halfdonkere feestzaal, gesloten omdat het pas 10.00 uur in de ochtend was. Rechts achterin brandden lampen. Daar, aan een tafel met een slap kleedje erop, zat zijn moeder.