Het boek Job

Met Het boek Job heb ik een poging gedaan het boek van de toekomst te schrijven. De roman is interactief opgezet en kan online in willekeurige volgorde worden gelezen. Het boek Job is een coming-of-age-verhaal in 22 fragmenten, sommige lang en andere kort. Elk fragment is een potentieel begin. Elke keuze voor een volgend hoofdstuk beïnvloedt het beeld dat de lezer zich uiteindelijk van Job vormt. Zo krijgt iedere verhaalversie zijn eigen dynamiek. Er zijn in theorie erg veel versies mogelijk. Ik heb niettemin door het gebruik van verbonden thema's en motieven voor samenhang gezorgd. Lezers die hun ervaringen delen zullen hun interpretatie herkennen zoals bomen op elkaar lijken zonder elkaars spiegelbeeld te zijn.

In bad

 

Een meisje gooide een zwaar doosje in een van de genummerde vakken van het op de grond getekende kruis en hinkelde van vak naar vak. Het vierkant waarin het doosje lag, sloeg ze over. Door haar bovenlichaam te draaien en wild met haar armen te zwaaien bewaarde ze haar evenwicht. Ze sprong voorbij de dwarsbalk van het kruis, stond in het laatste vak en draaide zich om. Om haar heupen, borsten en stevige blote benen kwam het blauwe jurkje met stippen tot rust. Ze keek om zich heen, alsof ze zich bekeken voelde. Job verstopte zich achter het gordijn.

Zijn moeder kwam de trap op. Ook al had hij helemaal geen keelontsteking, toch had ze hem net als vroeger yoghurt met aardbeien op lichte siroop beloofd. Het was haar remedie geworden tegen alle kwalen en tegenslagen. Hij kroop snel terug in bed.
‘Goeiemorgen. Nog hoofdpijn?’
‘Mmm.’
Ze zette het dienblad op het nachtkastje. Met één bil nam ze plaats op het bed.
‘Moeten we het vandaag aan je vader vertellen?’
‘Voor mijn part.’
‘Hij zal vragen waarom.’
‘Omdat ik er te stom voor ben. Omdat ik de faculteit in de fik heb gestoken. Ik verzin wel wat.’
‘Zeg niet zulke nare dingen’. Zijn moeder stond op. In de deuropening zei ze: ‘Waarom doe je toch zo?’
Job draaide zich op zijn zij.
Aan de muur boven zijn bed hing de poster die hij kon dromen. De vrouw poseerde bij een houten bank op een verlaten perron. Ze was schuin van de zijkant gefotografeerd en droeg niet meer dan een losjes geknoopte spijkerbloes die openviel en het grootste deel van haar borsten prijsgaf. De aanzet van haar blonde schaamhaar was goed te zien, evenals haar linkerdij. Duizend keer had hij zich voorgesteld dat hij de fotograaf was die haar alle denkbare houdingen kon laten aannemen.

‘Je kunt haar eigenlijk niet alleen laten.’
Aan de eettafel zat een onbekende vrouw met zijn moeder te praten. Ze stond op, trok haar beigekleurige broek recht, gaf hem een hand en stelde zich voor als de nieuwe buurvrouw.
‘Volgens je moeder was je gisteren een beetje ziek thuisgekomen,’ zei ze.
‘Bevalt het hier?’ vroeg Job.
Voordat ze kon antwoorden, ging de deur open en stormde het hinkelmeisje de keuken in. Ze zag Job en hield in.
‘Kom maar,’ zei haar moeder met onverbloemde liefde in haar stem. ‘Dit is Job. Hij woont hier soms. Geef hem maar een hand.’
Schuifelend kwam ze op hem af. Het stippenjurkje was hooggesloten. Het zat haar te krap. Lichtblauwe ogen. Sluik haar. Een plakkerige hand.
‘Hoe heet jij?’ vroeg Job.
‘Ze heet Masja,’ antwoordde de moeder.
Masja was een naam voor een slank, zwartharig stuk met lange benen. Ze had Dorien moeten heten, dacht Job. Of Jopie.

De televisie was aan en bevond zich in de hoek naast het raam, waar thuis een grote vingerplant stond. Hij keek naar een film op Nederland 2. Het was negen uur en nog licht buiten.
‘Er staan pilsjes in de ijskast,’ had de buurvrouw gezegd. Haar man droeg een blazer. In de hals van zijn overhemd stak een sjaaltje.
Job liep naar de koelkast en telde de biertjes. Het waren er drie. In de bijkeuken, op dezelfde plek als thuis, vond hij het krat en hij vulde de koelkast aan. Ze waren vergeten een opener klaar te leggen. Hij zocht in twee keukenlades. Zijn blik dwaalde door de keuken. Aan de muur boven de eettafel hingen, monsterlijk groot, een houten lepel en een houten vork. In het midden van de ronde, hardplastikken eettafel stond een diepe schaal met een stuk krant, een halfleeg netje knoflook, een schoenlepel, onderzetters, paperclips, pennen en een blikopener. Met de haak aan de blikopener, die hij precies onder de kroontjesdop plaatste, kreeg hij het flesje open.
De buren hadden een houten vloer. In de zithoek lag een wit, hoogpolig kleed. Op televisie was een overval gepleegd en de dader vluchtte in een auto. Hij hield de bestuurster onder schot. Ze reed over het uitgestrekte, Amerikaanse platteland. Het was een mooie meid in een bij de mouwgaten openvallend hemd, waardoor je de hele tijd van opzij tegen haar zwarte bh’tje aan zat te kijken. Ze droeg een korte rok die ze met zenuwachtige rukjes terug probeerde te duwen.
De plee bevond zich op dezelfde plek in de hal. Hij trok door en bleef even bij de trap staan, met een schuin hoofd luisterend. Geen geluid. Hoe oud zou ze eigenlijk zijn?
De auto stopte bij een motel. Het was nacht. De man droeg een leren jack over zijn arm en verborg zo zijn pistool. Hij duwde de jonge vrouw naar binnen. Ze struikelde en viel op het bed. De man keek naar haar benen. De houten deur naar de zwak verlichte badkamer stond open…
‘In bed geplast.’
Masja stond in de kamer. In haar lange, Mickey Mouse nachthemd liep ze met achteloos schommelende borsten naar hem toe.
‘Wil ook kijken,’ zei ze vrolijk. Ze plofte op de bank, naast Job. Hij veerde op en pakte haar arm.
‘Niet doen,’ riep hij harder dan hij wilde. ‘Je maakt de bank nat.’
Ze stond met tegenzin op en bleef besluiteloos staan.
‘Je moet je wassen. Schone pyjama aan doen.’ Hij hield nog steeds haar arm vast en voelde de warmte van haar lichaam.
‘Vooruit. Naar de badkamer.’
Ze kwam achter hem aan de trap op en ging gehoorzaam naar de badkamer. Job hield haar tegen.
‘Eerst een schone pyjama pakken. Je moet me helpen. Waar liggen die?’
‘Hier,’ wees ze. Het was ‘zijn’ kamer. Het bed was een ravage.
‘Je kan niet meer slapen in zo’n nat bed,’ stelde Job vast.
Ze stond bij de kledingkast en schudde haar hoofd. Het sluike haar slierde mee. Met de armen over elkaar drukte ze haar borsten tegen de dunne stof van haar nachthemd omhoog. Job wendde zijn blik af.
‘Ga nu maar naar de badkamer. De deur moet open blijven, hoor.’
‘Masja moet ook een schone onderbroek.’
Stond ze hem te testen? Haar lichte ogen verraadden niets.
‘Tuurlijk,’ zei hij.
Job bukte zich over het bed. Hij haalde het beddengoed af en probeerde de doorweekte plekken niet aan te raken. Het matras was ook nat geworden.
Op de overloop bleef hij staan, met de lakens in zijn armen. Masja stond bloot bij de wastafel. De kraan liep en ze was met een washandje aan het poedelen. Haar borsten bungelden zwaar en haar mond stond een beetje open. Job liep met stijve benen naar haar toe en gooide het natte spul in de wasmand, die in de hoek van de badkamer stond.
‘Je moet in bad,’ zei hij. Hij draaide de kraan open en deed de stop erin. Ze keek hem verbaasd aan.

Zacht trilden haar borsten in het water. Knieën staken boven het oppervlak uit. Ze had schaamhaar. Het was dun en bewoog zacht op de onderstroom in het bad.
‘Zo word ik nat,’ zei Job, die over haar heen gebogen stond en zijn handen door het water liet slieren. ‘Dat kan niet.’
Masja keek hem aan alsof ze straf had en zei niets toen hij zich uitkleedde. Overmoedig richtte Job zich op.
‘Papa heeft ook een pierlala,’ zei ze proestend van de lach.
‘Ik ga je wassen,’ zei hij. Hij pakte een stuk zeep en stak zijn hand in het water. Gehoorzaam deed ze haar benen uit elkaar. De zeep glibberde uit zijn hand en zonk naar de bodem van het bad. Met de toppen van zijn wijs- en middelvinger raakte hij haar aan.
‘Au,’ zei ze.
Het deed geen zeer. Dat wist hij. Ze kende het gevoel dat haar bereikte niet en noemde het au. Hij ging door. Ze giechelde wat, stribbelde niet tegen. In de badkamer was het warm. Boven de wastafel werd de spiegel wazig. Het rook een beetje naar urine. Bij zijn voeten was de vloer nat.
Plotseling kreeg ze kippenvel op haar armen. Ze schokte met haar billen. Haar gezicht was rood. Even sloot ze haar ogen. Op dat moment verloor ze haar kinderlijkheid. Job knikte in zijn knieën.
‘Ik heb het koud.’
‘Kom er maar uit.’
Met haar billen naar hem toe stond ze voor hem. Het badlaken was van mama, had ze gezegd. Stevig wreef hij het katoen over haar huid.

©Jan Kloeze

Lees ook Houd van me of De benen nemen