Het boek Job

Met Het boek Job heb ik een poging gedaan het boek van de toekomst te schrijven. De roman is interactief opgezet en kan online in willekeurige volgorde worden gelezen. Het boek Job is een coming-of-age-verhaal in 22 fragmenten, sommige lang en andere kort. Elk fragment is een potentieel begin. Elke keuze voor een volgend hoofdstuk beïnvloedt het beeld dat de lezer zich uiteindelijk van Job vormt. Zo krijgt iedere verhaalversie zijn eigen dynamiek. Er zijn in theorie erg veel versies mogelijk. Ik heb niettemin door het gebruik van verbonden thema's en motieven voor samenhang gezorgd. Lezers die hun ervaringen delen zullen hun interpretatie herkennen zoals bomen op elkaar lijken zonder elkaars spiegelbeeld te zijn.

Iemand die van zee komt

Iemand die van zee komt, draagt de zilte ether om zich heen. Daarin is de ervaring opgenomen van nietigheid en ontzag, van overgave en ontspanning. De blik is helder. Ogen kijken nog in de verte, zijn er aan gewend te rusten op de horizon.

De zeeman staat stevig op zijn benen, kan tegen een stootje en durft mee te bewegen met de ontzaglijke krachten van een nooit stilstaand heelal. Zolang hij de zee met zich meedraagt, is hij op het land iemand die niet bang was te sterven maar het er levend van af heeft gebracht.

Korsakov was het niet. Zo ver was zijn vader nog niet heen. Het was een hartaanval. De attaque had hem uit zijn leven gewipt. Op zijn 41ste had de vader van Job zo ongeveer de top bereikt, de top die in het operationele jachtvliegen mogelijk was. Hoger dan squadroncommandant kon een officier-vlieger niet reiken, zonder afstand te doen van de stuurknuppel. Staffuncties en verdere promoties lagen in het verschiet, maar wekelijks zelfstandig opstijgen met een Starfighter en straks mogelijk zelfs met een F16 was dan niet meer mogelijk. Meedoen met de jongens, de macho’s van achter in de twintig, hen de weg wijzen, voor hen de meevechtende voorman zijn, dat was het voorrecht van de vijf of zes squadroncommandanten in dit land. Tot dat selecte gezelschap behoorde de vader van Job. Tientallen jaargenoten hadden op deze functie geaasd, maar hij was uitverkoren. De maten die het niet haalden, zaten al in Brussel, Den Haag of Soesterberg. Ze waren paperpushers geworden, zoals de mannen met de helmen hen noemden. Langer dan wie ook van zijn jaar, zat de vader van Job in de lucht, leidde hij formaties, deed hij mee aan oefeningen in Duitsland of Noorwegen, gaf hij leiding, niet aan bureaucraten maar aan stoere kerels met brede schouders en trotse koppen, mannen die dagelijks hun staalgrijze vliegoverall droegen, mannen die elkaar pestten zoals kameraden deden die wisten dat ze op leven en dood aan elkaar waren overgeleverd.

En nu lag de squadroncommandant in een ziekenhuisbed. Uit dat mooie leven geschopt door een dichtgeslibde ader in zijn hart. Een piloot met een onbetrouwbaar hart mocht niet vliegen. Hij kon dag zeggen tegen het squadron en alvast een bureau uitkiezen in Den Haag op het ministerie, want daar zou hij ongetwijfeld terecht komen, in het blauwe uniform met de zwarte bies op de broek. Helm en vliegoverall zouden ip de Basis achterblijven.

Job deed de zware, brede deur van de ziekenhuiskamer open en kwam binnen met zijn lange zeiljas nog aan. Zijn haren stijf van het zout. Zijn wangen ongeschoren. Hoewel hij zijn weg door het ziekenhuis had moeten zoeken, was hij nog niet besmet door het typische sfeertje van hulpvaardigheid en neerbuigendheid dat elk hospitaal kenmerkte. Met zwier kwam hij binnen, niet schuchter in de veronderstelling dat zieken houden van voorzichtige, fluisterende bezoekers, maar met de ponteneur van iemand die een toneel betrad, klaar voor de voorstelling. Zojuist had hij twee weken op zee gezeten, was hij met een schuit zo wrak als een Spaans galjoen op en neer naar Helgoland gevaren, mist getrotseerd, een kapot log, spontaan neervallende zeilen, een lekkende roerkoning, je kon het zo gek niet verzinnen of het was gebeurd.

De gestalte in het bed draaide zijn hoofd naar hem toe. Met schrik in de ogen reageerde hij op de plotselinge en krachtige zwaai van de deur. Job zag hoe de angst in een fractie van een seconde plaatsmaakte voor de afstandelijke gelaatsuitdrukking die de majoor bewaarde voor vreemden die aan de deur kwamen, voor verkopers in een winkel en voor verre familieleden op een begrafenis.

©Jan Kloeze