Het boek Job

Met Het boek Job heb ik een poging gedaan het boek van de toekomst te schrijven. De roman is interactief opgezet en kan online in willekeurige volgorde worden gelezen. Het boek Job is een coming-of-age-verhaal in 22 fragmenten, sommige lang en andere kort. Elk fragment is een potentieel begin. Elke keuze voor een volgend hoofdstuk beïnvloedt het beeld dat de lezer zich uiteindelijk van Job vormt. Zo krijgt iedere verhaalversie zijn eigen dynamiek. Er zijn in theorie erg veel versies mogelijk. Ik heb niettemin door het gebruik van verbonden thema's en motieven voor samenhang gezorgd. Lezers die hun ervaringen delen zullen hun interpretatie herkennen zoals bomen op elkaar lijken zonder elkaars spiegelbeeld te zijn.

Porto

In de rechthoekige ruimte snort het celluloid op vijf grote spoelen, eerst zacht en bescheiden op de achtergrond, allengs pregnanter en tenslotte ratelend, schreeuwend om aandacht van de oude operateur die zuchtend zijn kaarten neerlegt, opstaat en naar de projectoren sloft. Beneden begint zaal na zaal de pauze.

Starfighter

Op een afstandje kijkt Job naar de aankomst van de avondboot. Gemma staat aan dek, net zoals hij dat vanmorgen deed, een beetje buiten de drukte. Ze draagt een spijkerbroek en een wollen truitje. Met haar kortgeknipte haren lijkt ze een slanke jongen. Maar als ze in beweging komt, verraden haar heupen en schouders dat ze een meisje is. Job blijft haar met zijn ogen volgen, totdat ze de smalle trap naar het middendek is afgedaald en in het inwendige van het schip verdwijnt.

Vliegangst

Oom en tante reden met Job in de Renault Dauphine naar motel de Witte Paarden. Hij kreeg sinas en een taartje. Samen wachtten ze aan een tafeltje bij het raam met uitzicht op de klapdeuren bij de ingang.
‘Dat is pappa. Kijk. Ga maar naar hem toe,’ zei tante en ze probeerde tegelijkertijd zijn vaders aandacht te trekken.

Houd van me

 

‘Kom binnen. Kom binnen.’
‘Zijn we niet te laat, Lex?’ vraagt de vrouw met het roodgeverfde haar die naast Job voor de deuropening staat.
‘Helemaal niet. Helemaal niet.’

De Tuin der Kunsten

Job danste. Op een grasveldje, bij een muziektent. Overdag. In het voorjaar. Lange, suède jas met kraag. Een beetje zwieren met de panden van de jas. Af en toe wat wiegen in de heupen, ritmisch bewegen met hoofd en schouders.

In bad

 

Een meisje gooide een zwaar doosje in een van de genummerde vakken van het op de grond getekende kruis en hinkelde van vak naar vak. Het vierkant waarin het doosje lag, sloeg ze over. Door haar bovenlichaam te draaien en wild met haar armen te zwaaien bewaarde ze haar evenwicht. Ze sprong voorbij de dwarsbalk van het kruis, stond in het laatste vak en draaide zich om. Om haar heupen, borsten en stevige blote benen kwam het blauwe jurkje met stippen tot rust. Ze keek om zich heen, alsof ze zich bekeken voelde. Job verstopte zich achter het gordijn.

Hij was het niet zelf

Hij was het niet zelf, die jongen daar, de jongen die van de kade zijn bed maakte. Nee, Job stond op de brug toe te kijken hoe de ander zich langzaam en moeizaam uitkleedde tot op zijn onderbroek. En pogingen deed om te gaan liggen.

Massage en Monopoly

Niemand kon zo goed naar Job luisteren als Ger. Waar het verhaal ook heen ging, hoe absurd de associaties en verwikkelingen soms ook waren, Ger volgde op de voet. Tegen Ger aan lullen, was een warm bad.